Landen die sterk achterlopen om tijdig hun beroepschauffeurs geschoold te krijgen zijn Duitsland, Nederland, Zweden, Engeland, Oostenrijk, Polen, België, Italië, Slowakije en Griekenland. Het meest onduidelijk is de situatie in Griekenland. Daar lijkt volgens het Duitse Dekra nog niets geregeld te zijn. Het zelfde geldt volgens Hans Konings van VTL in nóg sterkere mate voor Polen. Met dat verschil, in tegenstelling tot de Zweden, dat het de Polen ook aan geld ontbreekt om de benodigde trainingsinfrastructuur op te zetten. Konings maakt zich daar ernstig zorgen over. Niet in de laatste plaats omdat een groot deel van de Poolse chauffeurs voor buitenlandse ondernemingen rijdt. Kortgezegd is het zo dat heel Europa afstevent op een levensgroot probleem, want nu al is vast te stellen dat er in de hele EU noch genoeg tijd, noch genoeg trainingscapaciteit is om alle beroepschauffeurs tijdig bij te scholen.
Daarbij komt nog dat de EU-lidstaten de opleidingen van elkaar niet tot nauwelijks erkennen. Binnen Europa is afgesproken dat landen dat zelf onderling moeten regelen. Maar omdat binnen diezelfde groot Europese gedachte, elk land zijn eigen modules maakt, is de onderlinge erkenning in de praktijk nihil. Het betekent in de praktijk, dat een Nederlandse vervoerder zijn Poolse chauffeur niet eens in Nederland kan laten trainen. Om te beginnen omdat hij dan niets vergoed krijgt van de kosten. Maar vooral omdat die chauffeur het hier uitgegeven certificaat niet kan verzilveren in zijn eigen land. Want daar moeten de punten uiteindelijk geregistreerd worden, omdat de Code 95 uiteindelijk in een Pools rijbewijs wordt afgegeven. Hans Konings van VTL vindt dit zeer zorgelijk. "Gezien het gebrek aan opleidingscapaciteit in Polen, moeten we maar zien hoe en waar die chauffeur uiteindelijk aan zijn stempeltje komt. En ook niet zonder betekenis: wat daarvan dan de werkelijke waarde is."