Artikel

(NOVEMBER 2015) – De Poolse trailerfabrikant Wielton barst van de ambitie. Het nam een meerderheidsaandeel in de Franse opleggerbouwer Fruehauf en kocht de Italiaanse trailermerken Merker, Viberti en Cardi. Met die merken komen er fikse kansen op expansie voor Wielton aan, zegt de nieuwe ceo Mariusz Golec. “We willen nummer drie in Europa worden.” TTM.nl had een exclusief interview met Golec.

Toen Wielton communiceerde dat u was aangesteld als ceo, werd daarbij gemeld dat de focus ligt op verdere groei van Wielton. Maar hoe moet die groei er dan verder uitzien, gezien de recente acquisities in Frankrijk en Italië?

“Het is het doel van iedere directie om het bedrijf te blijven ontwikkelen, en daarom uit te breiden. De komende twee jaar focussen we op consolidatie van de Groep, op integratie van het bouwen van de nieuwe producten, aanpassen en optimaliseren van processen, en op sales. Momenteel heeft Wielton twee productielocaties in Polen en Frankrijk, plus twee assemblagelocaties in Rusland en Italië. Het is nodig om al die processen samen te smeden tot een coherente entiteit. Het moet zo zijn dat ‘2+2’ in ons geval 4,5 of zelfs 5 wordt. Met Fruehauf willen we buurlanden gaan bewerken: Spanje en de Benelux. Dat gaan we, vanzelfsprekend, heel voorzichtig doen, we willen niks kapot maken. We hebben een fors deel gekocht (65,13 procent) van Fruehauf, een goed functionerend bedrijf. Er is geen noodzaak om daar te restructureren. Het heeft een marktaandeel van 40 procent in de opleggers in Frankrijk en ontwikkelt zich nog altijd in de thuismarkt. Daar gaan we graag mee verder. Dus maken we ook gebruik van de al bestaande goede structuren daar en combineren zo het beste van Fruehauf en Wielton. Samen hebben we een geweldig potentieel. We zien onze overname van Fruehauf als een partnerschap, niet als een middel om te domineren.”

Kunt u daar voorbeelden van geven?

“Natuurlijk. Fruehauf heeft een 100-jarige historie en een hoogtechnische cultuur. Wielton daarentegen is meer dynamisch. Wij hebben een brede range aan producten, ongeveer 60 typen voertuigen. Fruehauf heeft er maar 4 of 5. Door samenwerking willen we het productaanbod voor Frankrijk verbeteren, natuurlijk het karakter en behoeften van deze markt in ogenschouw nemend. Dat mechanisme werkt naar twee kanten: het beste van Fruehauf wordt gebruikt op de Poolse markt. en andere markten waar we actief zijn.”

Dat moet toch als een droom zijn: de componenten van Poolse trailers die naar Frankrijk worden vervoerd om daar gemonteerd te worden?

ttm2015_11_28_29_opleggers_wielton_foto2_205424“Het lijkt een droom, maar het is realiteit. Er zijn al onderdelen onderweg, maar dan naar Italië. Momenteel hebben we twee productielocaties. Een in de stad Wielun. Hier willen we ons wijden aan het ontwerpen van producten en het vormen van de beste productieprocessen. De tweede plek is Fruehauf, waar jaarlijks meer dan 4.000 trailers gebouwd kunnen worden. De combinatie van die twee locaties biedt voordelen. We willen graag een modern anticorrosiefaciliteit bouwen. Maar dat is alleen rendabel als we jaarlijks 10.000 opleggers bouwen. Dan valt Frankrijk dus af als locatie daarvoor en wordt het merendeel van de chassis in Polen gebouwd. Fruehauf gaat zich dan meer bezighouden met de ontwikkeling van nieuwe producten, kippers bijvoorbeeld.”

Kunt u wat meer vertellen over de Italiaanse ‘aankopen’?

“Ja, die hebben plaatsgevonden in twee delen. Het eerste is de aankoop van drie merken: Merker, Viberti en Cardi. Die zijn bij een ieder bekend om hun moderniteit en hoge mate van geautomatiseerd produceren. Duurzaamheid is ook een kenmerk. Daarom willen we deze merken weer herbouwen en herintroduceren bij de vele loyale klanten. Het tweede aspect zijn de productiefaciliteiten die bij deze merken horen, machines en ander equipment. Veel van de productielijnen zijn in uitstekende conditie, de vorige eigenaar had ze net voor de crisis vernieuwd. We gaan in Italië componenten produceren voor assemblage in Polen. Daartoe zijn we nu ook processen en logistiek aan het optimaliseren.”

Is er dan sprake van een technologische revolutie voor Wielton?

“Ja, zo kun je dat beschrijven. Daarvan hebben we er al één gehad, in 2005-2006. Toen begon de automatisering van het lasproces, op grote schaal. Deze keer hebben we eerst een Research & Development Center in Wielun geopend, in juni van dit jaar. Ook is er een ontwerpafdeling in Gliwice geopend en is er een samenwerking gestart met de Politechnika Śląska, de technische universiteit in Gliwice en de Universiteit van Dresden. Een ander aspect is wat ik al noemde: de aankoop van de Italiaanse merken, de conversie ervan naar Polen en het opzetten van een kataforeselijn.”

Is kataforese volgens u dan de beste wijze van anticorrosie?

“Ja, en de schaalvergroting die we hebben door de overnames stelt ons in staat dit te doen. Het is alleen rendabel bij een bepaald aantal chassis. Daarnaast is het goed om kippers te beschermen. Kataforese is in heel Europa in opkomst, veel trailerfabrikanten zijn er mee bezig. Als je meer bouwt kun je een dergelijk proces makkelijker in je productielijnen meenemen. Momenteel bouwen wij 60 producten in één fabriek. Onze concurrenten, de Europese marktleiders, maken twee of drie producten per fabriek. Dan is automatisering veel makkelijker. Ervan uitgaande dat wij 5.000 tot 7.000 schuifzeiltrailers zullen maken, moeten we het net zo efficiënt doen als de top, die er 35.000 maken.”

Waarom heb je eigenlijk een R&D Center nodig?

“Tegenwoordig moet je de markt continu voorzien van nieuwe producten. Dat geldt ook voor de opleggermarkt. Onze producten worden beter en lichter. In onze nieuwe RDC gaan we complete trailers bestuderen en checken, inclusief lifecycle tests. Er worden echt simulaties van honderdduizenden kilometers in korte tijd nagebootst. Daarom hoeven langdurige veldtesten niet altijd meer plaats te vinden. Dankzij ons RDC maken we veiliger trailers en verkorten we de tijd die een prototype nodig heeft om in productie te gaan. Het RDC maakt ook deel uit van onze strategie. Van alle andere Europese trailerfabrikanten heeft er maar één een vergelijkbaar research center. Ons RDC en de samenwerking met de genoemde universiteiten stelt ons in staat om innovaties sneller dan voorheen op de markt te brengen. Daarmee kunnen we meer ons stempel op de markt drukken en sneller groeien.”

Er zijn nu in Europa twee grote marktleiders van opleggers. Veel anderen willen de derde grootste partij zijn. Wielton ook. Hoe wilt u dat bereiken?

“Boven alles met kwalitatief goede producten. Daarbij moeten we luisteren naar wensen uit de markt en onze performance daarop aanpassen. We moeten naar flexibele productielijnen toe die diverse voertuigen door elkaar kunnen maken en we streven een hoog niveau van productiviteit na. De prijs is niet langer het belangrijkste.”

Dat is nogal wat, nummer drie in Europa willen worden. Is dat maar een marketinggedachte of heeft u het allemaal al uitgerekend. Is het een realistisch doel?

“Natuurlijk hebben we onze calculaties gedaan! Door de aankoop van Fruehauf en de Italiaanse partijen hebben we een platform gecreëerd waarmee we binnen één of anderhalf jaar nummer drie willen zijn. Als je derde bent, heb je ook een makkelijker onderhandelingspositie met partners en suppliers dan wanneer je zesde bent. Het zal helpen met de realisatie van synergieën, met inkoopkracht en tegelijk met het rendabeler maken van onze productieprocessen. Over twee jaar willen we onze productiecapaciteit hebben verdubbeld naar 16.000 voertuigen per jaar. We hebben echter capaciteit voor 25.000 units per jaar. Zo’n aantal geldt natuurlijk wel voor heel Europa, al onze vestigingen bij elkaar.”

De nieuwe structuur en strategie vraagt veel van het bedrijf, ook van het personeel. Hoe gaat u daar mee om?

“We zijn al drie jaar bezig om het personeel te begeleiden in veranderingsprocessen. Met trainingen onder meer, deels ondersteund door Politechnika Śląska. Het personeel gaat me altijd aan het hart. Ik werk al negentien jaar bij Wielton en voel me nog altijd zeer verbonden met onze mensen aan de productielijnen, ooit was ik namelijk een van hen. Ik ben daar begonnen en ken onze productieprocessen daarom van binnenuit.”

Een van de criteria voor een goede oplegger is het gewicht. Hoe kunnen er in de toekomst nog kilo’s worden gewonnen?

“Onze schuifzeiloplegger is al een van de lichtste in de markt. Maar we moderniseren ‘m nog steeds, nieuwe details maken ‘m lichter. Maar de stabiliteit, rigiditeit en duurzaamheid moeten hetzelfde blijven. Er zijn natuurlijk ook lichtere trailers, maar die zijn voor andere taken, zoals lichtere goederen op de beste wegen. Het gewicht moet dus altijd worden bekeken in samenhang met inzet en duurzaamheid van de trailer. Er is geen universeel model, elk model is ontworpen voor en gespecialiseerd in specifieke taken. Kijk bijvoorbeeld maar naar kippers, die er superlicht maar ook heavyduty zijn. Gewicht besparen om het gewicht besparen doen we dus niet.”

Wielton is klaar voor de toekomst, als ik het zo hoor.

“Ja zeker. Klaar voor de toekomst, klaar voor nieuwe uitdagingen, open voor veranderingen en nieuwe marktkansen. Het belangrijkste daarbij is dat we nooit ons soepele, flexibele bedrijfskarakter verliezen. Dat heeft ons in het verleden, ook in moeilijke tijden, altijd voordeel gebracht.”

Auteur: Alexander Głuś

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in TTM.nl magazine van november 2015. Feiten, namen, omstandigheden en andere details waren correct ten tijde van deze eerste publicatie. De redactie beseft dat deze in de tussentijd veranderd kunnen zijn. Hier kunnen echter geen rechten aan worden ontleend.

 

x
Mis niet langer het laatste nieuws

Schrijf u nu in voor onze nieuwsbrief.

Inschrijven