Ga naar hoofdinhoud

Niet voldoen aan terugkeerplicht momenteel niet strafbaar

Het ‘Mobility Package’ houdt sinds zijn inwerkingtreding in de zomer van 2020 de gemoederen flink bezig. Het is een inspiratiebron voor de vele artikelen en columns die ik schreef (en nog zal schrijven) over dit Europese maatregelenpakket, bedoelt om op Europees niveau de arbeidsomstandigheden van chauffeurs te verbeteren en oneerlijke concurrentie te bestrijden. [INHOUD | INDEX TTMnl2023_5_21]

door Kevin Vierhout, ITL Attorneys

Zelfs nog voordat dit pakket in Europa ging gelden, vroeg men zich af of de afgekondigde maatregelen wel praktisch haalbaar zouden zijn en pasten in een Europa dat streeft naar een vrij verkeer van goederen, diensten en personen. De meningen daarover verschilden naar gelang de invalshoek van waaruit die werd bekeken. De vakbonden, zo viel te lezen, waren blij. Werkgeversorganisaties waren niet onverdeeld positief over de uitkomst. Ook hadden West-Europese lidstaten een andere kijk op de maatregelen dan die uit het Oosten van Europa. Zo bleek, want al snel tekenden diverse Oost-Europese lidstaten bezwaar aan tegen diverse maatregelen uit het Mobility Package.

Tegen de terugkeerplicht werden de meeste bezwaren ingediend. Veel Oost-Europese transportbedrijven zouden in zwaar weer komen als ze iedere 8 weken hun voertuigen huiswaarts moesten laten keren. Men voorzag vele lege kilometers, als vrachtwagens daar moesten gaan waar relatief weinig vraag naar transport was. Dat paste niet in een pakket dat er juist voor moest zorgen dat de concurrentieverhoudingen binnen Europa zouden verbeteren. Nog daargelaten de mogelijke impact op het milieu als vrachtwagens vele extra kilometers moeten gaan rijden. Het was de reden voor deze lidstaten om hun bezwaren aan het Europese Hof van Justitie voor te leggen

Lang werd er gediscussieerd over de mogelijke uitkomst. Welke maatregelen zouden er van tafel gaan en welke maatregelen zouden stand houden? Met de conclusie van Advocaat-generaal Giovanni Pitruzzella op 15 november jl. lijkt het er op dat het doek voor de terugkeerplicht van voertuigen zal gaan vallen. Na een uitvoerig betoog komt de Advocaat-generaal tot de conclusie dat er onvoldoende onderzoek is gedaan naar de economische, sociale en ecologische effecten van deze maatregel, terwijl de impact enorm groot is. (Oost-Europese) vervoerders zouden onevenredig door deze maatregel worden getroffen en daarom adviseert de Advocaat-generaal deze maatregel af te schaffen.

Een juiste conclusie, als je het mij vraagt. Want los van de fundamentele bezwaren die de terugkeerplicht voor voertuigen met zich mee brengt, signaleerden wij al eerder een aantal praktische uitdagingen voor wat betreft de handhaving van deze maatregel.

De terugkeerplicht voor voertuigen is een aanvulling op de vestigingseis die is opgenomen in de Europese Verordening die de voorwaarden stelt waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te mogen oefenen. Deze vestigingseis houdt in dat een transportonderneming werkelijk en op duurzame wijze in een lidstaat gevestigd moet zijn. Om daaraan te voldoen dient aan diverse voorwaarden te worden voldaan. Een van die voorwaarden is dus de terugkeerplicht van het voertuig naar de lidstaat van vestiging.

De vraag die vervolgens opkomt is wat er gebeurt als je niet aan een van deze vestigingsvoorwaarden voldoet. In theorie zou je de vergunning kunnen intrekken, maar of dat redelijk wordt geacht als wel aan de overige eisen wordt voldaan waag ik te betwijfelen. Bovendien zou een dergelijke bevoegdheid enkel gegeven zijn aan de autoriteit van de lidstaat die de vergunning heeft verstrekt.

Alternatief zou kunnen zijn het beboeten als niet wordt voldaan aan een van de vestigingseisen. Maar ook hier geldt, aan wie is dat dan voorbehouden?

Een Europese Verordening (en de daarin opgenomen bepalingen) werken rechtstreeks. Dat betekent dat iedereen zich aan de daarin opgenomen regels dient te houden, zelfs als deze niet zijn omgezet in de nationale wetgeving. Echter, als we het hebben over de daadwerkelijke handhaving van een Europese regel, dan kan dat alleen maar als er nationale regels zijn die bepalingen bevatten omtrent strafbaarstelling en sanctionering. Het is de fundamentele pijler van het strafrecht. Geen feit is strafbaar, zonder voorafgegane strafbepaling. Alleen na een dergelijke wettelijke verankering is een veroordeling mogelijk.

Betrekken we dat op Nederland, dan zou die verankering er enkel kunnen zijn op basis van de Wet wegvervoer goederen. Deze wet verbiedt kort gezegd beroepsvervoer zonder geldige daartoe verleende communautaire vergunning. Echter, een strafbaarstelling voor het niet voldoen aan een van de vestigingseisen is niet gegeven.

Voor Nederland geldt dat op dit moment de terugkeerplicht voor voertuigen dus niet gepaard is gegaan met de invoering van een bijbehorende wettelijke strafbepaling. Concreet betekent dat, dat overtreding van deze ‘return home vehicle’-norm geen wettelijk strafbaar feit oplevert. Daarmee kan evenmin een sanctie worden opgelegd voor het nalaten aan die norm te voldoen.

Wat dat betreft is het misschien maar beter dat het Europese Hof van Justitie meegaat in de conclusie van de Advocaat-generaal om de terugkeerplicht helemaal van tafel te geven. Dat scheelt de Nederlandse wetgever een hoop gedoe.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Zorg dat u niets mist. Neem nu een jaarabonnement op TTM.nl met 25% korting. Abonneer