FrieslandCampina kiest bij de verduurzaming van het melktransport voorlopig nadrukkelijk voor biomethaan. Samen met zeven transportbedrijven in Nederland en Duitsland gaat de zuivelcoöperatie bij de vervanging van voertuigen inzetten op trucks op bio-CNG. Elektrische trucks worden wel ingezet, maar volgens FrieslandCampina zijn actieradius, laadmogelijkheden, kostprijs en infrastructuur voor een groot deel van het melktransport nog te beperkende factoren.
FrieslandCampina verwacht dat ongeveer de helft van de transportvloot de komende jaren wordt omgezet naar bio-CNG. De zuivelproducent heeft daarvoor een alliantie gesloten met zeven transportbedrijven in Nederland en Duitsland. De partijen willen gezamenlijk de CO₂-uitstoot van het melktransport verder terugbrengen en investeren daarnaast in tank- en laadinfrastructuur.
De keuze voor biomethaan roept de vraag op waarom FrieslandCampina, dat als doel heeft om in 2050 netto-klimaatneutraal te zijn, niet sterker inzet op elektrische trucks. Volgens Roland Bolk, Team Manager RMO transport bij FrieslandCampina, is elektrificatie wel degelijk onderdeel van de verduurzamingsstrategie. “Elektrificatie speelt nog steeds een belangrijke rol in onze verduurzamingsaanpak en wordt ingezet waar dit operationeel mogelijk is.”
Voor een groot deel van het melktransport zijn elektrische trucks volgens Bolk echter nog lastig inzetbaar. “Voor een groot deel van het melktransport zijn actieradius, laadmogelijkheden, kostprijs en beschikbare infrastructuur nog een uitdaging. Daarom zetten we in op een combinatie van bio-CNG en, waar passend, elektrische voertuigen.”
Daarbij spelen volgens FrieslandCampina ook de huidige total cost of ownership (TCO) van elektrische trucks en bio-CNG-trucks en de mogelijkheden voor circulariteit een rol. “Bio-CNG is momenteel een van de meest praktische en schaalbare oplossingen om de CO₂-uitstoot van melktransport op korte termijn aanzienlijk te verminderen”, aldus Bolk. “De technologie is beschikbaar, er is bestaande infrastructuur en voertuigen kunnen worden ingezet zonder concessies te doen aan de betrouwbaarheid van het transport.”

Van mest naar brandstof
Een belangrijk argument voor FrieslandCampina is de mogelijkheid om biomethaan binnen de eigen keten te produceren. Een deel van het gas wordt gemaakt uit mest. Zo worden reststromen uit de melkveehouderij ingezet als grondstof voor de brandstof waarmee melk wordt vervoerd.
In Duitsland speelt het melkveebedrijf Barver Landmilch in Nedersaksen hierin al een rol. Het bedrijf produceert biomethaan met een eigen mestvergister en beschikt over tankfaciliteiten op het erf. Melkwagens die melk ophalen in de regio kunnen daardoor direct gebruikmaken van lokaal geproduceerde bio-CNG.
“Het mooie van bio-CNG is dat we een directe verbinding leggen tussen onze leden-melkveehouders en onze logistiek”, zegt Marcel Ebbelaar, Manager Milk Logistics & Transport bij FrieslandCampina. “Melk kan straks worden vervoerd met brandstof die mede afkomstig is van onze eigen leden-melkveebedrijven. Daarmee verminderen we de uitstoot van het transport en maken we ook de keten meer circulair.”
Elektrische trucks worden inmiddels eveneens ingezet binnen de logistiek van FrieslandCampina, onder meer door Simon Loos. Die voertuigen worden volgens Bolk echter gebruikt voor gekoeld transport vanuit het distributiecentrum van FrieslandCampina in Maasdam. Voor het inzamelen van melk ziet FrieslandCampina voorlopig meer mogelijkheden voor bio-CNG.
De transportbedrijven die bij de alliantie zijn betrokken, moeten bij de vervanging van voertuigen kiezen voor trucks op biomethaan. Volgens Mirco Schoemaker, directeur van Schoemaker Transporte, vraagt die overstap tegelijkertijd om aanzienlijke investeringen. “Alleen door als ketenpartners echt samen te werken kunnen we deze transitie richting duurzamer melktransport versnellen.”


