Ga naar hoofdinhoud

Braas doet brood in het groot

Wie op welk moment van de dag ook een boterham of broodje eet, heeft grote kans een product van Bakkerij Braas uit Obdam te eten. Deze bakker is de grootste van Nederland met één baklocatie. Hier komen wekelijks 450.000 broden en 7.500.000 broodjes uit de bakkerij rollen. Hoe en met welk materieel worden al die broden naar de eindgebruiker gebracht? Dat is een logistieke uitdaging, vertellen Brian Braas en Bart Smit aan TTM.nl. [INHOUD | INDEX TTMnl2023_3_12]

Brian Braas (links) en Bart Smit van Bakkerij Braas

Gerrit Braas start in 1938 in Obdam een bakkerij. Hij brengt ze zelf rond met zijn brommer met broodmand en verkoopt op de eerste dag precies twee broden. In 1988 wordt er, inmiddels door de tweede generatie, een industriële bakkerij van 2.000 m2 betrokken aan de Braken in Obdam. Anno 2023 is deze bakkerij uitgegroeid naar circa 30.000 m2. Braas levert dagvers brood aan onder andere 310 filialen van Aldi over de lijn Texel – Oostburg – Vaals en produceert voor meer dan 2.000 locaties van horeca, zorg, overheid, defensie en catering in Nederland. Daarnaast worden thuis af te bakken broodjes geleverd aan zo’n beetje alle grote supermarktketens in West-Europa. Het gaat om duizelingwekkende aantallen brood. Jaarlijks produceert Braas 90.000.000 broodproducten. Oh, en 1.000.000 feeststollen voor tijdens de Paas- en Kerstdagen. Bij Bakkerij Braas werken 250 mensen.

LZV’s

Een bakkerij is een intensief bedrijf, maar hoe ziet de logistiek eruit? “Rond 23.00 uur ’s avonds starten de eerste van de 10 LZV’s met laden waarna ze vertrekken. Ze rijden onder meer naar Breda, Eindhoven, Terneuzen, Barendrecht, Tilburg en Maastricht. We rijden de LZV’s met twee trailers. In de diverse regio’s hebben we hubs waar de achterste trailer wordt losgekoppeld. Die wordt overgenomen door een lokale transportpartner en die brengt het brood de regio in, naar de supermarkt. Zelf handelen we de andere oplegger af”, vertelt Bart Smit, die bij Braas de rol van logistiek directeur vervult. “Ondertussen vertrekken om 1.30 tot 2.00 uur ’s nachts hier in Obdam de trekker-opleggers, die allemaal zo’n 10 adressen beleveren. Op de terugweg nemen al onze trucks leeg fust, de broodkratten en -karren die je ook in de supermarkt ziet, mee retour. Daarbij proberen we als het kan ook steeds meer bij te laden, bijvoorbeeld grondstoffen voor onze productie en verpakkingsmaterialen. Uiteraard geldt dit zelfde voor de ritten naar de verschillende supermarkt DC’s. Zo proberen we onze beladingsgraad te verhogen en het logistiek nog verder te optimaliseren.”

Eén keten

Braas rijdt 55 winkeldistributieritten en ruim 10 FTL-ritten naar distributiecentra van haar afnemers. Dat is een uitgebreide logistieke operatie. Waarom kiest Braas voor eigen vervoer? “We kiezen niet helemaal voor eigen vervoer. We doen ongeveer 70 procent zelf en 30 procent doen onze transportpartners. Onder andere neemt Simon Loos een gedeelte van ons transport op zich. Met Simon Loos beheren we overigens ook een opleidingstraject voor chauffeurs. Maar heel veel van ons logistieke werk doen we toch zelf, dat klopt”, zegt commercieel directeur Brian Braas. “De productie en levering van brood is namelijk één keten, waar we helemaal bij betrokken willen zijn. Het is onze verantwoordelijkheid dat het brood goed gebakken wordt, maar het is net zo belangrijk dat het goed op de plank bij de supermarkt komt. Daar willen we ook graag voor zorg dragen, dus brengen we het zelf naar de supermarkt of eindgebruiker. Natuurlijk gebeurt dat door chauffeurs, maar die worden als ze komen lossen toch gewoon begroet met ‘Ha bakker!’. Wij zijn één team, van de bakker hier in de bakkerij tot aan de chauffeur die het aflevert. Zo zien we dat en zo houden we het ook graag. We beloven de eindgebruiker dat vers brood tussen 7.30 en 8.00 uur ’s morgens in de winkel ligt en die belofte voeren we graag zelf uit.”

Ster

Het eigen wagenpark van Braas bestaat dus uit dertig voertuigen: 10 LZV’s, 12 trekker-oplegger combinaties, zes bakwagens en 2 bestelauto’s. Wie bij Braas voor de panden staat, ziet één merk duidelijk overheersen. “Mercedes-Benz”, glimlacht Smit. “Dat is historisch zo gegroeid. We hebben altijd veel met Mercedes-Benz gereden, hebben een prima relatie met dealer Gomes Noord-Holland B.V. We hebben de Actros M-cabine als bakwagen en ook de Actros L, maar we horen van chauffeurs dat ze die toch wel groot vinden voor distributie. De laatste Actrossen die we hebben aangeschaft zijn van het type F, de vloottruck dus. Verder hebben we nog vier Volvo’s FM en twee nieuwe Scania’s R Super.” Waarom toch twee vreemde merken in een overwegend Duitse sterrenvloot? “Omdat je het nooit moet nalaten om iets nieuws te proberen”, zegt Braas. “De Volvo’s hebben we vanwege een aanhoudende accountmanager en prima performance door de werkplaats. En prima auto’s overigens. En de Scania’s zijn er gekomen op voorspraak van onze chauffeurs. Die jongens maken lange dagen, werken als iedereen slaapt en willen gewoon materiaal dat bij ze past. Dus daar geven we dan aan toe.” De vrachtauto’s variëren in vermogens van 330 tot 420 pk. “Meer is niet nodig, brood weegt niet veel”, verduidelijkt Braas. “Zelfs onze LZV’s wegen maar 32 ton.”

De nacht

De 60 chauffeurs bij Braas zijn belangrijk  en worden dan ook zeer gewaardeerd. “Het is niet niks hè, ’s nachts werken. We werken zeven dagen in de week, tweeploegendienst. De chauffeurs maken veel overuren. In drie dagen kun je een goed salaris verdienen”, aldus Braas. “Toch hebben ook wij tekort aan chauffeurs. We kunnen er zo tien gebruiken. Het mooie van ons werk is dat het licht, schoon en en overzichtelijk. Als je ’s avonds thuis wilt eten, kunnen we dat garanderen. Het werk is ook geschikt voor velen. Parttimers hebben we ook, vrouwen achter het stuur. Bij ons kan veel. En het is gewoon mooi werk. Werken in de nacht is soms gewoon magisch. Iedereen slaapt, jij werkt.”

Braas is nauw betrokken bij het wagenpark, maar het onderhoud wordt uitbesteed. “Dat doen de respectievelijke dealers van de merken. Onze opleggers zijn van Heiwo, die worden met het oog op duurzaamheid door hen als het nodig is ook gerefurbisht. De banden, standaard rijden we Michelins, worden geserviced door Banden Service Assper (BSA)”, schetst Smit. “Buiten het onderhoud en de inzet van eigen materiaal is flexibiliteit in de logistieke operatie cruciaal. Voor het snel en flexibel opschalen van materiaal werken we intensief samen met Kuijpers Rental Tilburg. Deze samenwerking stelt ons in staat om pieken in de vraag moeiteloos op te vangen en te voldoen aan de veranderende behoeften van onze klanten.”

Het bedrijf kijkt met interesse naar de transitie naar emissievrij vervoer. Bart Smit: “We willen graag duurzaam bezig zijn. Beladingsgraad optimaliseren, minder verpakking gebruiken. We hebben HVO als brandstof geprobeerd, maar dat is duur en leverde niet de beloofde besparingen op. Elektrische trucks? Daar geloven we in, maar dan moet je ook laadinfrastructuur hebben. En hier in Obdam zit het net vol, dus netverzwaring zit er voor ons voorlopig niet in. We kijken naar de mogelijkheid van een eigen laadplein, maar dan moeten we deze energie zelf gaan opwekken. Dat is nog even weg. En als we dan kijken naar verduurzamen, is eerst ons productieproces aan de beurt. Broodproductie heeft niet zo’n grote carbon footprint, maar het kan altijd groener. Als het dan om elektrisch vervoer gaat, kijken we eerst naar onze transportpartners. Die zouden met elektrisch vervoer de last mile voor ons kunnen verzorgen.”

TEKST: ARJAN VELTHOVEN | FOTO’S: KOOS GROENEWOLD

#logistiek
#nacht
#zelfrijden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Zorg dat u niets mist. Neem nu een jaarabonnement op TTM.nl met 25% korting. Abonneer