Nieuws

De ILT biedt in haar jaarverslag een mooi inkijkje in de praktijk van een bedrijfscontrole. Elke week wordt er wel een onderzoek gestart naar een schijnconstructie bij een transportbedrijf. Een inspectie als de ILT moet echter kiezen waar zij haar schaarse mensen en middelen inzet, aldus inspecteur-generaal Jan van den Bos. “We kunnen niet alles doen. We moeten ons richten op de grootste risico’s en op grote publieke belangen. Over die resultaten willen wij open zijn. We moeten laten zien wat wij bereiken. Zo tonen we onze maatschappelijke betekenis.’’

Schijnconstructies in het goederentransport zijn bedrijfsconstructies waarbij de feitelijke situatie afwijkt van de papieren situatie. Hierbij is sprake van oneigenlijke concurrentie op arbeids- en marktvoorwaarden waarbij ondernemingen een grotere marge of lagere ritprijs kunnen aanbieden. Dat is oneerlijke concurrentie voor vervoerders die hun werk wel volgens de regels doen. In 2016 onderzoeken de ILT, de politie en de Inspectie SZW circa 50 bedrijven. Daarbij stellen de inspectiediensten in 60 procent van de gevallen schijnconstructies en/of overige misstanden vast, zoals het niet voldoen aan de eis van reële vestiging of een onvolledige of onbetrouwbare rij- en rusttijdenregistratie.

ILT laat in haar jaarverslag een van haar inspecteurs aan het woord, die beschrijft hoe zo’n controle in zijn werk gaat. “Vrijwel elke week starten we een onderzoek naar schijnconstructies bij een transportbedrijf. Vaak krijgen we als ILT een melding van onze eigen inspecteurs, van de politie of van een buitenlandse inspectie. Bijvoorbeeld dat een bedrijf op papier een buitenlandse onderneming is maar in werkelijkheid een Nederlandse. Daar gaan we onverwachts op af. Dat eerste bezoek doen we met een man of acht. We halen de computers leeg zodat we de hele boekhouding en administratie hebben. We interviewen de aanwezige chauffeurs: door wie worden ze betaald, door wie worden ze aangestuurd? We kijken in de boordcomputers van de vrachtauto’s zodat we alle ritregistraties hebben. Kortom, we verzamelen alle informatie om te kunnen onderzoeken of er sprake is van een schijnconstructie. Ik vind dit werk zo leuk dat ik nog niet met pensioen wil, ook al ben ik bijna 66. Het is mooi werk om ‘het onkruid uit de tuin te trekken’. Mijn aanpak? Ik probeer altijd in contact te blijven met de bedrijfsleiding als ik onderzoek doe. Zo creëer ik een passend speelveld zodat ik mijn werk kan doen en kan bereiken wat ik voor ogen heb. Ik heb nog nooit meegemaakt dat mensen ons niet binnenlieten of agressief werden. Wel emotioneel, maar dat mag. Eigenlijk is het opvallend met welk gemak we ons onderzoek kunnen doen. Alsof mensen denken: vluchten kan niet meer, dus laten we maar gewoon meewerken. In 2016 hebben we een gestructureerde aanpak ontwikkeld en daar ben ik blij mee. We weten nu precies wat we nodig hebben en waar we moeten zoeken. Ons onderzoek is nu diepgaander. Twee inspecteurs werken twee weken lang aan het onderzoek. Daarna ligt het rapport klaar. Laatst hoorde ik een groot advocatenkantoor zeggen: met de ILT kun je geen loopje nemen, die duiken zo diep in de boekhouding dat er geen ontkomen aan is. Dat vind ik een fijn compliment. Er is in de samenleving veel onrust over transportbedrijven die de markt ondermijnen. Met onze aanpak helpt de ILT dit tegen te gaan.”

In 2016 deed de ILT door middel van aselecte controles onderzoek naar lokale cabotage binnen de havens van Rotterdam en Amsterdam en op Schiphol. Uit de inspecties van de ILT kwam naar voren dat er slechts in beperkte mate sprake is van lokale cabotage. In 13 gevallen bleek in het Rotterdamse havengebied sprake van lokale cabotage. In vijf gevallen bleek er sprake van overtreding van de regels. In al deze gevallen heeft de inspectie proces-verbaal opgemaakt en het transport beëindigd.

Door het stijgende aantal internetaankopen groeit het aantal pakket- en koeriersdiensten fors. In 2016 controleert de ILT tijdens een thema-actie circa 400 bestelauto’s. Bij 36 procent stelt zij een overtreding vast van de Wet Wegvervoer Goederen, met name voor het rijden zonder vergunning en het ontbreken van de verklaring van dienstbetrekking. Bij circa 10 procent van de gewogen bestelauto’s is sprake van overbelading.

Als chauffeurs rusttijden negeren, veroorzaakt dat concurrentievervalsing en verkeersonveiligheid. In 2016 wordt bij de 576 selectieve controles een toename van manipulatie van de digitale tachograaf gemeten ten opzichte van 2015, vooral bij Nederlandse voertuigen (19,3 procent) en in geringe mate bij buitenlandse voertuigen (14,4 procent). Bij alle overige, 3.917 niet-selectieve controles blijkt sprake van manipulatie bij 17 procent van de Nederlandse voertuigen en 18 procent van de buitenlandse voertuigen.

De ILT stuit tijdens haar controles op steeds complexere vormen van fraude. In de strijd daartegen heeft de ILT vanaf eind oktober 2016 de beschikking over apparatuur die ook ingewikkelder vormen van fraude kan detecteren.

Bron: Jaarverslag ILT

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

x
Mis niet langer het laatste nieuws

Schrijf u nu in voor onze nieuwsbrief.

Inschrijven