fbpx Ga naar hoofdinhoud

Juridische haken en ogen aan uitspraak Brinkman-Trans

Na de uitspraak van de rechter in februari rond de rust in de cabine van chauffeurs van Brinkman-Trans Holland was de ophef groot. TTM.nl berichtte al eerder over een ‘vreemd luchtje’ aan de zaak en kan nu precies uitleggen waarom. Dat gebeurt door onze columnist en transportadvocaat Patrick Bobeck van Vallenduuk Advocaten.

De column van Patrick plaatsen wij in zijn geheel hieronder.

“Soms is het leven van een columnist best lastig. Niet lang geleden verzuchtte ik op kantoor dat ik nog geen onderwerp had voor mijn column. Of iemand nog iets wist. Dat duurde niet lang. Want in een heel kort tijdsbestek zijn er twee uitspraken gepubliceerd die veel stof zullen doen opwaaien. Transport blijft wat dat betreft een dankbare sector. Iedere week gebeurt er wel iets.

Ik heb het over de uitspraken aangaande de rust in de cabine. Zoals bekend mag een chauffeur zijn dagelijkse en verkorte wekelijkse rust in de cabine doorbrengen. Sommige lidstaten leggen deze bepaling aldus uit dat het dus niet is toegestaan om de normale wekelijkse rust in de cabine door te brengen. Zo ook België. Het Belgische transportbedrijf Vaditrans kreeg een boete van 1800 euro omdat een van haar chauffeurs zijn normale wekelijkse rust in zijn cabine doorbracht. Deze zaak is voorgelegd aan het Europese Hof. In een dergelijk geval wordt advies gevraagd aan een Advocaat Generaal en het Europese Hof volgt bijna altijd dit advies. De Advocaat Generaal begint met een uiteenzetting van de totstandkoming van de wet en het doel er van. Het doel van de wetgeving is verbetering van de arbeidsomstandigheden van de chauffeurs en de verkeersveiligheid. Ook heeft hij onderzocht hoeveel landen een dergelijk verbod nastreven en hoeveel niet. Negentien landen zijn voor het verbod en slechts vijf waren tegen. De Advocaat Generaal komt op die manier tot de conclusie dat het inderdaad verboden is om de normale wekelijkse rust in de cabine door te brengen. En het is lidstaten dus toegestaan om de vervoerders te beboeten. Wel voegt hij er aan toe dat lidstaten niet verplicht zijn hier sancties voor op te leggen, maar als ze dat willen dan kan het. Het is nu afwachten op de uitspraak zelf. Mocht de uitspraak in de lijn van het advies van de Advocaat Generaal zijn, dan is er in ieder geval duidelijkheid. Minister Schultz heeft sowieso te kennen gegeven de uitspraak te willen afwachten. In Nederland wordt er dus niet gehandhaafd  en kan de 45 uurs rust nog wel in de cabine worden genoten. Hoewel…

In een door FNV aangespannen rechtszaak tegen een transportbedrijf met een Nederlandse vestiging alsmede vestigingen in Polen en Moldavië heeft de voorzieningenrechter in Assen uitspraak gedaan. Vooropgesteld zij dat het niet een zaak van ons kantoor is. Ik moet het dus doen met alleen de uitspraak. Het betreft een kort geding. In een kort geding worden voorlopige voorzieningen getroffen totdat in een bodemprocedure wordt beslist. Ik benadruk dat hier omdat een vordering in kort geding alleen dan wordt toegewezen, indien de voorlopige voorziening onmiddellijk vereist is. Bovendien moet de kwestie dusdanig duidelijk zijn dat een rechter in de bodemprocedure bijna niet anders kan dan het oordeel in kort geding te volgen. De eisen zijn dus best streng. Bij voldoende twijfel zal een vordering in kort geding dus worden afgewezen. In deze procedure vorderde FNV dat op de chauffeurs in dienst van de buitenlandse vestigingen de Nederlandse CAO dient te worden toegepast.  Nu is dat niet de eerste keer dat FNV dat eist, noch is het de eerste keer dat zoiets in kort geding is toegewezen.  Dit onderdeel wordt dan ook toegewezen. Nieuw is wel dat FNV een verbod eist op het doorbrengen van de 45 uur rust in de cabine en wel op straffe van een dwangsom van 5000 euro per dag! Dus in feite verzoekt FNV handhaving via de rechter van een verbod waarvan minister Schultz heeft gezegd deze niet te zullen handhaven. En de rechter wijst het toe, nogmaals: in kort geding! Een kwestie waar de sector al jaren over discussieert  en waar zelfs het Europese Hof nog uitspraak over moet doen is voor de voorzieningenrechter kennelijk hapklare koek. Eén citaat :  ‘De kantonrechter merkt naar aanleiding van het verweer van [gedaagde] ten overvloede nog op dat indien zij er zorg voor draagt dat de Rij- en rusttijdenverordening op een deugdelijke manier wordt nagekomen, dit tot gevolg heeft dat de dwangsommen niet verbeurd zullen worden.’ Deze opmerking is fundamenteel fout.  Het opent de weg naar talloze procedures waarbij iedereen dwangsommen kan eisen met als redenering: ja, als je de wet niet overtreedt verbeur je ook geen dwangsom. Uw buurman even een loer draaien? Dwangsom vragen. Als je de wet niet overtreedt verbeur je ook geen dwangsom! Daar is een dwangsom nooit voor bedoeld. Je kunt discussiëren over de arbeidsvoorwaarden en je kunt discussiëren over het al dan niet toestaan van de normale rust in de cabine. Maar als deze overweging over de opgelegde dwangsom stand houdt, is het hek van de dam.”

[INDEX: TTMnl2017_1_59]

Zorg dat u niets mist. Neem nu een jaarabonnement op TTM.nl met 25% korting. Abonneer