Management: Op bezoek bij Nijhof-Wassink • TTM.nl Ga naar hoofdinhoud

Management: Op bezoek bij Nijhof-Wassink

(MAART 2016) – Nijhof-Wassink groeide flink de afgelopen jaren. 2016 is een bijzonder jaar voor de transportonderneming; aan het eind van het jaar wordt het 50-jarig jubileum gevierd. En er is een nieuw pand in Rijssen betrokken. Er is een herstructurering net achter de rug. Maar het moet niet al te gek worden, vinden directeuren Freddy Nijhof (van het transport) en Albert Hendrikse (van de Nijhof-Wassink Groep). Daarom gaat voor dit jaar de voet even van het gas. [INDEX TTMnl_2016_1_18]

Wat een prachtig nieuw pand! Was het nodig?
Albert Hendrikse: “Ja, we waren er erg aan toe. Het pand dat we hadden was te klein en gedateerd. We zaten met onze mensen op vier locaties in Rijssen. Niet echt optimaal. Toen kwam er een partij die ons hoofdkantoor wilde kopen. Waarna het plan kwam om hier op onze eigen plek nieuw te bouwen. Er zitten hier nu 90 mensen. Het is dus het officiële hoofdkantoor van de Nijhof-Wassink Groep, met Nijhof-Wassink Transport, Nijwa Groep, VB Trailerbouw, SilFit en Nowa Lease.”

Behalve een nieuw pand hebben jullie ook een nieuwe structuur, sinds vorig jaar. Waarom?
Freddy Nijhof: “De transportactiviteiten zijn de afgelopen jaren fors gegroeid. We hadden eigenlijk vijf sectoren: silotransport, tanktransport, mengvoerdistributie, brandstofdistributie en logistieke dienstverlening. Daar zijn nu twee divisies van gemaakt: chemical logistics en feed logistics. Een splitsing tussen chemie en mengvoer. Daarmee maken we het wat leaner, ook in de top van de organisatie. Je kijkt naar de mensen, talenten. Leaner betekent niet een kostenbesparing, maar een optimalisatie van wie wat doet. Ook in de communicatie. Dat staat nu beter op de rit.”

Hoe was 2015 voor Nijhof-Wassink? En voor de Nijwa Groep?
AH: “Met transport hebben we het vorig jaar iets moeilijker gehad. Het stond iets onder druk, maar we scoorden wel een gezond rendement. Er waren wat meer kosten, we verloren wat werk en dan lopen de ritten niet meer zo strak. Bij de tankdivisie waren er wat problemen met een nieuw TMS-systeem. Maar ja, 2014 was ook wel heel goed, dus dan verbaast het niet dat 2015 wat bleekjes was. Het is allang geen economische crisis meer, maar toen die uitbrak hebben we altijd gezegd dat we de vinger aan de pols wilden houden, geen gedwongen ontslagen en zwarte cijfers wilden schrijven. Dat hebben we tot nu altijd kunnen volhouden. Bij de dealeractiviteiten, zowel hier in Nederland als in Polen, was het volume hoog en het resultaat prima. Het gaat economisch beter, de verkoopomzet is hoger en ook in de werkplaats is het drukker.”

FN: “Het gaat ook om beleid natuurlijk. Als Nijhof-Wassink willen we niet de grootste zijn, wel de beste. We zijn gespecialiseerd op vakgebied, maar ook in geografie en op bestemmingen. Je zult ons niet in Spanje zien. Benelux, midden-Duitsland, Polen, dat zijn de bestemmingen. Waarom we niet verder rijden? Nijhof-Wassink wil niet met lucht rijden. Dat krijg je al snel als je te ver uitwaaiert. Wat heb ik er aan als ik veertig ritten naar Berlijn heb, maar slechts tien terug? Dan kun je van tevoren uitrekenen dat je daar op inlevert. We beogen een gezond rendement te behalen, dan moet je ook je grenzen weten.”

Hoe gaat het met de dealerschappen van Volvo en Renault?
AH: “De integratie met Renault is achter de rug. We hebben twee dealers overgenomen. Jager in Groningen en Peters in Hengelo. De verkoop van de Renault Master loopt goed, we hebben er 300 in 2015 verkocht. Ook in het zware segment gaat het aardig, met vijftig afgeleverde Renault trucks. Het is natuurlijk wennen, een Renault is echt wat anders dan een Volvo. Ik ben ook nog altijd van mening dat het centrale verkooppunt, bij Renault Trucks Nederland, met wat regiovestigingen erbij, niet werkt. Maar dat is een beslissing die nu eenmaal genomen is.”

Hoeveel kilometer hebben jullie afgelopen jaar gereden?
FN: “43 miljoen kilometer in totaal. Zestig procent internationaal, 40 procent nationaal. Maar nationaal transport betekent dan ook binnen de landsgrenzen in Polen, Hongarije, in België, heel veel in de mengvoermarkt.”

Nijhof-Wassink is thuis in Polen en Hongarije. Jullie rijden ook met buitenlandse chauffeurs. Hoe kijken jullie naar de problematiek met Oost-Europese vestigingen en de komst van Oost-Europese chauffeurs? Er wordt vaak nogal negatief over gedaan.

FN: “Ja, en daar kan ik dus enorm pissig over worden. De situatie zoals die nu is, is niet de schuld van de Oost-Europeanen, maar van de West-Europese vervoerders. Echt. In de jaren zeventig reden wij al naar Oost-Europa, achter het IJzeren Gordijn. Niemand durfde dat. Wij deden dat wel, tegen mooie prijzen. Een jaar na ‘die Wende’ waren onze prijzen helemaal kapot. Want toen kwamen de West-Europese vervoerders wèl, de Fransen, de Duitsers, de Nederlanders. Die hebben die markt verpest, niet die Polen met hun afgetrapte Liaz wagens, dat was helemaal geen concurrentie. Toen moesten we begin negentiger jaren beslissen: of we rijden niet meer naar Polen want daar gaan we aan failliet, of we starten een vestiging hier in Polen. Dat hebben we toen gedaan, een paar bulkcombinaties gekocht en drie chauffeurs aangesteld. Dat was het begin van Nijhof Wassink Polen. Inmiddels zijn we 25 jaar verder. Maar voor de duidelijkheid: het zijn dus de West-Europeanen die die markt verpest hebben , niet de Oost-Europeanen. Vervelend voor de Nederlandse chauffeurs, maar die zien Tsjechië en Roemenië niet meer. Maar ik denk dat er ooit wellicht weer een tijd komt, dat die arbeidsmarkt weer in evenwicht komt. De Pool wil uiteindelijk dezelfde luxe, dus zijn prijs zal gaan stijgen. Maar daar gaat nog wel een generatie over heen eer die loonniveaus dicht bij elkaar zitten.”

Nijhof is ook fel over hoe er moet chauffeurs wordt omgegaan. “Bij ons staan er nooit chauffeurs lang op een parkeerplaats. We zorgen dat ze thuis zijn, of dat ze ergens kunnen overnachten. Ook hier in Rijssen hebben we een plek waar ze kunnen verblijven, compleet met huiskamer, Poolse TV, internet en douches. Wat ze ook zeggen van buitenlandse chauffeurs, het zijn prima mensen. Onze Poolse chauffeurs hebben een ziekteverzuim van minder dan 1 procent, tegen een gemiddelde van vier procent, wat wij in Nederland normaal vinden. Hun arbeidsethos is bijzonder, je kunt ze om een boodschap sturen en dan lopen ze nog een stukje harder dan je gevraagd had. Geweldig. Voor de duidelijkheid en voor er weer geklaagd wordt: we hebben 550 chauffeurs, 325 zijn er Nederlanders. Dat is ook nodig. Sommige klanten van ons vragen Nederlandse chauffeurs. Maar we zullen nooit een Nederlander ontslaan voor een Pool om kosten te besparen. Of alle Polen worden uitgebuit? Niet hier! Wij hebben destijds uit laten rekenen wat het loon van een Pool moet zijn om hem dezelfde koopkracht te geven als een Nederlander. zonder dat hij direct drie plasma-tv’s, twee auto’s van koopt en drie keer per jaar op vakantie gaat.”

Welke ontwikkelingen kunnen we dit jaar van Nijhof-Wassink verwachten?
AH: “We hebben in 2014 en 2015 veel geïnvesteerd, zo’n 70 miljoen euro, inclusief het wagenpark. Daarom willen we voor dit jaar even consolideren, even de voet van het gas halen. We groeien zo hard de laatste tijd dat we nu qua organisatie een beetje aan ons maximum zitten. Je kunt wel blijven overnemen, maar er zijn voldoende voorbeelden waarbij dat niet goed is gegaan. In de dealergroep hebben we ‘project 117’. Een strategisch plan waarmee wij van 11 naar 7 vestigingen zijn gegaan. Van deze elf vestigingen hebben we er één verkocht aan Paashuis in Doetinchem. We hadden vestigingen in Enschede, Oldenzaal en Hengelo. Enschede is verkocht, Oldenzaal wordt verkocht , de huur van het Renault-pand in Hengelo beëindigd en in Hengelo hebben we een nieuw groot pand gebouwd ter vervanging van deze drie vestigingen. In Hoogeveen en Hardenberg zijn onze (kleine) vestigingen gesloten. Vroeger kon je met 7, 8 monteurs een goed rendement maken, maar dat gaat niet langer. Dus mikken we nu op vestigingen met 20 tot 30 monteurs.”

Als jullie kijken naar de trucktechniek, waar gaat het dan heen? Komt de automatisch rijdende truck er snel aan?
FN en AH kijken elkaar aan. FN: “Als er automatisch rijdende trucks komen, is die discussie over Poolse en Nederlandse chauffeurs ook gauw voorbij, haha! Maar serieus, die automatisch rijdende trucks zie ik er de komende 10 jaar nog niet komen. Eigenlijk is het ook multimodaal transport, want de last mile is toch echt nog wel een truck met een chauffeur nodig. Dus nee, voorlopig hebben we nog volop chauffeurs nodig!”

#leaner
#thuisinpolen
#dealer

Tekst: Arjan Velthoven Foto’s: Koos Groenewold

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in TTM.nl magazine van maart 2016. Feiten, namen, omstandigheden en andere details waren correct ten tijde van deze eerste publicatie. De redactie beseft dat deze in de tussentijd veranderd kunnen zijn. Hier kunnen echter geen rechten aan worden ontleend.

Zorg dat u niets mist. Neem nu een jaarabonnement op TTM.nl met 25% korting. Abonneer