Pacton is het tumult voorbij • TTM.nl Ga naar hoofdinhoud

Pacton is het tumult voorbij

Opleggerbouwer Pacton opereert nu vanuit Ommen, maar begon in 1910 in Rotterdam. Als smederij, zoals zoveel trailerfabrikanten. Na een tumultueus bestaan is de rust weergekeerd in de gelederen van Pacton. Dat komt mede door een sterke visie en een ijzeren discipline als het gaat om bedrijfsvoering. Pacton komt als eerste aan bod in de nieuwe rubriek ‘Hollands Glorie’. [TTMnl2016_2_30]

ttm2016_2_30_33_hollandsglorie_pacton_foto_pacton1_11115Eerst even een quizvraag: waar staat de naam PACTON voor? Geen idee? Het staat voor Ploeg’s Aanhangwagen Chassis Trechters Opleggers Nieuwerkerk. Pacton is namelijk ooit gestart als het bedrijf van de Rotterdamse familie Van der Ploeg. Eerst in Rotterdam als smederij, en vanaf 1948 vanuit Nieuwerkerk aan den IJssel. Sinds 1950 wordt de naam Pacton gehanteerd.

In 1955 verhuist het bedrijf naar Ommen, waar het nu nog altijd is gevestigd. “De goede werkgelegenheid in Overijssel was daar de reden voor”, weet huidig Pacton-directeur Rik Pronk. Vanaf de jaren zeventig leidt Pacton een tamelijk tumultueus bestaan met – houdt u vast – een verkoop aan Laura Vereniging in 1971, een insolventie en terugverkoop aan de familie Van der Ploeg, de overname van Kennis in 1990, een gedeeltelijke verkoop aan Montracon in 1998, een ‘dutch auction’ in 2005, waarna de familie van der Ploeg weer eigenaar is, en na een insolventie in 2009 een doorstart met Henk Nooteboom en Rik Pronk onder de naam Pacton Trailers.

Strategie
Na – ook nog even – de overname van de bouw van de merken Kennis en Floor, keert de rust terug in Ommen. Er breekt sindsdien een periode aan van gedisciplineerd ondernemen. “Consistentie is de norm geworden, verlies is een drama”, aldus Rik Pronk. “We willen onder geen beding ooit weer failliet gaan.” Daarom heeft Pacton nu een duidelijke strategie en normen. “We bouwen alles hier, in Nederland”, zegt Pronk. “Ook kiezen we niet voor standaard trailers, maar voor de niche. Pacton kiest daarnaast voor spreiding van het risico, met een verdeling van de afzet over landen in vooral Noord- en West-Europa. Ook willen we nog meer een positie innemen op het gebied van de verkoop van onderdelen en halffabricaten. We zijn zo toeleverancier van kleinere fabrikanten als JTF of Nijdam. Verder zien we de handel in occasions niet langer als bijzaak. Mijn zoon Olivier zwaait sinds vorig jaar de scepter over onze nieuwe tak Dutch Trailer Center, dat overigens ook verhuur voor zijn rekening neemt.”

ttm2016_2_30_33_hollandsglorie_pacton_foto_pacton3_111110

Op maat
Pacton heeft een breed productgamma. “Veelkleurigheid”, noemt Rik Pronk het. Containerchassis voor 45-voeters, een LZV, diepladers of toch een schuifzeilentrailer, het kan allemaal. “Maar wel op order en op maat gemaakt. Echte nicheproducten”, zegt Pronk. Op de onlangs gehouden Bauma presenteerde Pacton een nieuwe oplegger, een fraai staaltje engineering: de SXD.342.T-DEP1. Een schuifzeilenoplegger met schuinstelling, ontwikkeld voor Van Grinsven uit Schaik. In de vloer van de oplegger zitten hydraulische schuinstelkokers, goed voor 20 ton capaciteit. Ook bijzonder: het in meerdere posities te zetten schuif-hefdak en manueel verbreedbare Strongline achterportaal.

ttm2016_2_30_33_hollandsglorie_pacton_foto_pacton2_11117

Consistentie
Pacton hanteert een aantal sociale en ook economische normen. Een daarvan is dat Pacton streeft naar een rentabiliteit van ten minste 15 procent van het eigen vermogen. “En we werken permanent aan een continue verbetering van organisatie, processen en producten”, aldus Pronk. Groei is volgens Pronk ‘geen doel op zich’. “Consistentie wel. Daarom proberen we qua sfeer nog steeds een familiebedrijf te zijn, waarin iedereen zich thuisvoelt, en verlies een drama is. Ook voor de lasser hier in de fabriek, want we hebben hier een winstdelingsregeling.”

Groei is dan wel geen doel op zich, hij is er wel degelijk bij Pacton. De productie groeide in 2015 naar 878 voertuigen (744 in 2014), de omzet groeide van 24 miljoen naar 29,6 miljoen euro. Pacton houdt ook nauwgezet het aantal gewerkte uren per jaar bij (193.451 in 2015). “Dat aantal uren is voor ons belangrijk, want we kunnen onze efficiency op de werkvloer er aan afzien”, aldus Pronk. Die verbeterde in 2015 dan ook naar gemiddeld 220 uur productie-uren per oplegger, terwijl dat in 2014 nog 233 uur was. Personeel is belangrijk voor Pacton, want het maakt al zijn producten zelf, met volop plaatpersen en lassers in de productiehallen. “Wij hebben vakmensen in dienst, die creatief zijn en houden van een uitdaging. Je moet ze koesteren. Helaas ontkomen ook wij niet aan robotisering. We zetten noodgedwongen meer lasrobots in, want jonge lassers zijn erg schaars. We waren destijds erg blij dat de pensioenleeftijd naar achteren werd verschoven!”

Net zo precies gaat Pacton om met haar marktbenadering. Het bedrijf werkt met agenten in diverse Europese landen. Pronk: “Sommige van hen hebben een eigen specialiteit. In Frankrijk bijvoorbeeld is onze agent helemaal thuis in opleggers voor bosbouwgerelateerde activiteiten. Daar zijn we dan ook goed in in Frankrijk. Het heeft volgens ons zin je voor dat land op die activiteit te focussen en van de agent niet ineens te verwachten dat hij het marktaandeel containerchassis uitbouwt. Doen waar je goed in bent, daar staat Pacton voor.”

#niche #consistentie #vakwerk

 

Zorg dat u niets mist. Neem nu een jaarabonnement op TTM.nl met 25% korting. Abonneer