RDW stelt TMM vast met nieuwe procedure • TTM.nl Ga naar hoofdinhoud

RDW stelt TMM vast met nieuwe procedure

De RDW gebruikt vanaf deze maand een nieuwe procedure voor de bepaling van de toegestane maximum massa (TMM) voor vrachtauto’s en aanhangwagens. De bedoeling is dat bij maximale belading geen aslasten worden overschreden. TLN heeft op een rijtje gezet wat er precies veranderd is.

Kabinet blijft af van regels transportDe TMM geeft aan hoe zwaar een voertuig op de weg mag zijn. Deze waarde staat vermeld op het kentekenbewijs/card en in het kentekenregister. Bij controles op overbelading is deze waarde altijd bepalend. De TMM werd in Nederland altijd vastgesteld op basis van de optelsom van de aslasten. De komst van de ETG (Europese typegoedkeuring) heeft daar verandering ingebracht. In het kader hiervan  moet de vaststelling van het maximum gewicht worden uitgevoerd volgens Europese Verordening 1230/2012. Die procedure is veel strenger omdat er voor verschillende situaties met maximale belading geen aslasten mogen worden overschreden.  Het kan betekenen dat voertuigen een lager maximum gewicht krijgen. Bij voertuigen met een ETG die rechtstreeks van de fabriek naar de klant gaan wordt deze procedure al enige tijd toegepast.

Veel vrachtauto’s en aanhangwagens gaan vanaf de fabrikant/importeur door naar een carrosseriebouwer om daar verder afgebouwd te worden. Deze voertuigen moeten daarna voor een individuele keuring naar de RDW. Bij deze voertuigen vond de vaststelling van de TMM nog altijd volgens de oude methode plaats. De RDW wou dat aanvankelijk per 1 juli 2014 wijzigen, maar omdat er veel onduidelijkheid en onrust was over de mogelijke gevolgen (bijvoorbeeld lagere voertuiggewichten), is op aandringen van TLN, RAI en de FOCWA besloten de invoering naar maart 2015 te verplaatsen. In de tussentijd is er het nodige overleg geweest over de precieze invulling van de nieuwe procedure. Uiteindelijk is gekozen voor een opzet waarbij de fabrikant/constructeur aan de hand van een aangeleverde berekening moet kunnen aantonen dat voor de gewenste TMM de toegestane aslasten niet worden overschreden. De RDW meet bij de keuring vervolgens het rijklare gewicht van het voertuig en controleert de berekening. Als deze akkoord is, wordt er geen aparte RDW berekening uitgevoerd. Een belangrijk punt in de procedure is dat de fabrikant/constructeur binnen bepaalde grenzen zelf het aangrijpingspunt van de lading mag bepalen. Ingeval van een schuifschotel mag deze dus in de gunstigste positie worden berekend. Bij de berekening van een kipauto hoeft het zwaartepunt van de lading dus ook niet perse in het midden van de bak te zitten. Door deze verruiming is de verwachting dat de vaststelling van het TMM voor nieuwe voertuigen niet veel zal afwijken van de oude procedure.

Als er bij de keuring geen berekening wordt overgelegd zal de RDW deze zelf uitvoeren. De RDW zal dan ook zelf het zwaartepunt van de nuttige massa bepalen. Het kan betekenen dat de TMM dan lager uitvalt. Het is dus verstandig om altijd met een berekening te komen. Het advies is ook om vooraf met de fabrikant/opbouwer goede afspraken te maken over het TMM van het voertuig zodat daar na de keuring geen misverstanden of problemen over ontstaan.

Bron: TLN

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Zorg dat u niets mist. Neem nu een jaarabonnement op TTM.nl met 25% korting. Abonneer