Ga naar hoofdinhoud

Overheid beperkt economische groeivertraging

De groei van de Nederlandse economie blijft redelijk op peil in 2020, hoewel het tempo iets afneemt. Het ING Economisch Bureau verwacht een groei van 1,5 procent. Voor de sector transport en logistiek wordt een volumegroei van 1 procent verwacht.

De Nederlandse economie draait nog prima. Weliswaar op een lager groeitempo dan voorheen, maar het huidige tempo is redelijk normaal voor ons land. De groei stoelt in 2020 sterker op de impuls van overheidsbeleid, maar ook dat is reële groei. “Voor een belangrijk deel profiteert de  economie van loongroei als gevolg van krapte op de arbeidsmarkt en van lagere belastingen”, zegt Marcel Klok, macro-econoom van ING Nederland. Die situatie, die de consumptie ondersteunt, is niet zomaar verdwenen, ook niet bij een buitenlandse tegenvaller. Ook de uitgaven van de overheid nemen toe, vooral aan zorg. Daarom voorziet het ING Economisch Bureau voor de komende twee jaar nog géén krimp van de Nederlandse economie. Bijna de helft van de consumenten verwacht wel dat de economie binnen twee jaar krimpt. Of dit werkelijkheid wordt, hangt volgens het ING Economisch Bureau vooral af van de ontwikkelingen in de internationale handel.

Toegegeven, voorspellen is notoir lastig, zeker als de economie dichter bij een keerpunt komt. Daarom maken economen ramingen, een inschatting van de uitkomst van het meest waarschijnlijke scenario waarin er dus – per definitie – geen grote verrassingen optreden. Recessies treden vaak op door een samenloop van grote moeilijk te voorziene, vaak politieke gebeurtenissen. Toch wordt vaak aan economen gevraagd wanneer er een recessie aankomt. De vrees daarvoor is zichtbaar toegenomen: waar een jaar geleden nog minder dan drie op de tien consumenten binnen twee jaar een nieuwe recessie verwachtte, vreest nu bijna de helft (46 procent) daarvoor.

“Eigenlijk weten wij economen niet wanneer Nederland weer in een recessie belandt. Wij kunnen belangrijke gebeurtenissen, zoals politieke besluiten over Brexit en handelsconflicten, niet voorspellen. We kunnen wel aangeven wat we de belangrijkste onzekerheid vinden, en dat is de exportontwikkeling. Maar als er geen gekke dingen gebeuren buiten Nederland, dan lijkt voor Nederland een recessie niet dichtbij; daarvoor draait onze binnenlandse economie nog te goed”, zegt Marieke Blom, hoofdeconoom van ING Nederland.

De grootste onzekerheid afgelopen jaar was de internationale handel. Het afgelopen jaar bleek er één van voortmodderen op het vlak van buitenlandse economische politiek. Dat drukte het vertrouwen. De huidige ING-raming voor de bbp-groei van 2019 (waarvan 3 kwartalen al bekend zijn) is weliswaar iets lager dan onze raming van een jaar geleden, maar omdat politieke besluiten rondom handel en brexit zijn vooruitgeschoven was echter geen sprake van een aardverschuiving: 1,7 procent in plaats van de geraamde 2,0 procent groei.

Onderliggend is het beeld wel wat diverser, wat de onzekerheden van de ramingen illustreert. De grootste (neerwaartse) bijstelling deed het ING Economisch Bureau voor de uitvoer, onder meer doordat toeleveranciers aan de Duitse (auto)industrie meer en langer last hadden van de aanpassing van emissiestandaarden en terugval van vraag als gevolg van de handelsoorlog. Ook de tegenvaller vanuit de overheidsconsumptie was noemenswaardig. Verder zien we  dat de consumptiegroei lager uitpakte, door een daling van het consumentenvertrouwen. Meevaller waren de investeringen: bedrijven waren langer uitbundig dan voorzien en ook het hogere aantal woningverkopen zorgde voor een opwaartse bijstelling (via hogere overdrachtskosten, zoals de kosten van makelaars, architecten, notarissen en taxateurs die ook in de investeringsstatistieken worden meegenomen).

Voor een kleine open economie als de onze blijft het buitenland erg belangrijk. De vooruitzichten voor uitvoer worden gedomineerd door de schaduw die de handelsconflicten en de brexit opwerpen. Dit gebeurt terwijl de wereld al in een fase van normalisatie van het groeitempo zit. Vooral de industrie heeft dit gemerkt. De hoop op een “fase 1 deal” tussen de VS en China is de afgelopen maanden toegenomen, maar vanuit de onderhandelingspartijen komen gemengde signalen en ontstaat zelfs de mogelijkheid dat de deal tot eind 2020 wordt uitgesteld.

Positief is dat de Amerikaanse president de deadline voor handelstarieven op auto’s uit de EU van 14 november 2019 heeft gemist. Tegelijkertijd dreigt er een breed Amerikaans onderzoek naar de Europese handelspraktijken en dreigen er nieuwe tarieven voor landen als Frankrijk die de Amerikaanse techgiganten willen belasten. Dit onderstreept dat de onzekerheid (zie figuur) bij de ramingen groot is en dat de uitkomsten voor een groot deel afhankelijk zijn van politieke besluiten.

Vooral aan het begin van het jaar kan de handel het nog lastig hebben. Al met al is het ING Economisch Bureau wel iets optimistischer geworden en verwacht het voor 2020 dan ook betere handelsvooruitzichten dan voor 2019. Gunstig is ook dat de vooruitzichten voor de Duitse economie voor het komend jaar beter zijn, als de auto-industrie de tijdelijke problemen met emissiestandaarden eindelijk achter zich laat. Voor Nederland raamt het ING Economisch Bureau voor 2020 2,7 procent groei van de uitvoer. Als snel brede en constructieve besluiten worden genomen komt de groei zelfs nog hoger uit, maar het risico op een flinke tegenvaller bestaat ook.

Het onzekere handelsbeeld heeft zijn weerslag op de investeringen. De groei van de investeringen valt naar verwachting sterk terug naar 1,5 procent in 2020. Ondanks dat het vertrouwen van Nederlandse ondernemers nog niet op crisisniveau ligt, is het duidelijk dat zij minder dan consumenten en overheid met hun bestedingen bijdragen aan de groei in 2020. De specifieke problemen met stikstof- en pfas zorgen voor een vertraging van investeringen in bouwwerken.

De groei van de consumptie van huishoudens valt naar verwachting met 1,4 procent iets hoger uit dan in 2019. De loonstijging trekt naar verwachting verder aan, aandelenkoersen staan op grote hoogte, de waarde van woningen was nog nooit zo hoog en overheidsbeleid valt via lastenverlichting positief uit voor de gemiddelde portemonnee. De nettoloonstijging brengt in 2020 meer koopkrachtstijging dan in 2019, omdat de stijging van consumentenprijzen afneemt als gevolg van het wegvallen van het effect van verhoging van de btw en energiebelastingen.

Door het jaar uitstel dat de meeste pensioenfondsen hebben gekregen voor het op orde brengen van hun dekkingsgraad is de neerwaartse invloed van (reële) pensioenkortingen en premieverhogingen naar verwachting beperkt in 2020. Dit kan het vertrouwen van consumenten weer wat bestendigen.

Wel lijkt de spaarquote te gaan oplopen: doordat het vertrouwen van de consument gedaald is, wordt een kleiner deel van het inkomen geconsumeerd. Er komt dus een groter deel vrij voor beleggingen, aflossing van schulden of simpelweg een hoger banksaldo. Daarnaast wordt de consumptiegroei wat geremd doordat de banengroei afzwakt.

De werkgelegenheidsgroei zwakt af. Het aantal mensen dat wil werken, daarvoor snel beschikbaar is en nu nog geen baan heeft is zeer beperkt. Het wordt daardoor voor bedrijven steeds lastiger om het personeelsbestand uit te breiden, waardoor de groei in toenemende mate afhankelijk wordt van de productiviteitsontwikkeling. De banengroei wordt ingevuld door een stijging van het aantal mensen dat zich extra aanbiedt op de arbeidsmarkt. Vooral onder ouderen stijgt de arbeidsparticipatie, voornamelijk als gevolg van de stijging van de wettelijke pensioenleeftijd.

De private sector is minder optimistisch over de nabije toekomst. Voor 2020 voorziet ING voor de private sector (totale economie exclusief openbaar bestuur, zorg en onderwijs) dan ook de laagste groei sinds 2013. Daar vertraagt de groei van 1,7 procent in 2019 naar 1,1 procent in 2020. Voor de semi-publieke sector is juist sprake van een groeiversnelling, van zo’n 1,6 procent in 2019 naar 1,9 procent in 2020.

De verdere toename van de koopkracht pakt gunstig uit voor de detailhandel. De omzet in het food segment neemt iets meer toe dan in non-food. De sterkste groei vindt in 2020 online plaats. In het multichannelsegment (verkoop via zowel fysieke winkel als webshop) is de groei (20 procent) nog sterker dan bij de pure webshops (12 procent). In fysieke winkels vindt de hoogste omzetgroei plaats in woonwinkels (5 procent) en supermarkten (3 procent). Ook zakelijke dienstverleners laten een bovengemiddelde groei zien in 2020. Deze sector is voornamelijk binnenlands georiënteerd en heeft relatief weinig direct last van buitenlandse onzekerheden als de brexit en de handelsoorlog. De zorg behoort qua groei in 2020 ook bij de koplopers, door toenemende vraag als gevolg van onder andere vergrijzing en hoogwaardigere medische toepassingen.

Ondanks de stikstof- en pfas-problematiek groeit de bouw toch nog licht (0,5 procent) in 2020. De aanhoudend binnenlandse vraag, innovatieve oplossingen, nieuwe overheidsmaatregelen en het waar mogelijk naar voren halen van bouwprojecten die niet getroffen zijn door de problematiek zijn de belangrijkste redenen dat de bouw toch zwarte cijfers schrijft. De agrarische sector groeit ook nog licht. Varkenshouders kunnen zich al inschrijven voor de warme sanering van hun sector, maar voor melkveehouders is dergelijk beleid nog in ontwikkeling. De eerste sluitingen vanwege stikstofbeleid lijken pas in 2021 te gaan plaatsvinden. De industrie heeft te maken met de spanningen in de internationale handel en behoort met 0,5 procent groei daardoor tot de bedrijfstakken met de zwakste groei. In de technologische industrie zijn de prestaties zeer wisselend. De hightechindustrie groeit opnieuw, maar de automotive industrie doet een stapje terug door onder meer een lagere productie van vrachtwagens.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Zorg dat u niets mist. Neem nu een jaarabonnement op TTM.nl met 25% korting. Abonneer