Ga naar hoofdinhoud

Met nieuwe methode uitstoot vervuilende stoffen per voertuig berekend

De hoeveelheid vervuilende stoffen die het verkeer in Nederland uitstoot werd al langer berekend. Maar hoeveel uitstoot van dieselauto’s zonder filter kwam, van bepaalde typen vrachtwagens of van zakelijk gereden bestelwagens, was tot vorig jaar niet bekend. De Emissieregistratie, waar onder andere het CBS, TNO en PBL aan deelnemen, ontwikkelde een methode om per voertuig de vervuilende uitstoot te berekenen. De bronnen van vervuiling kunnen daardoor tot in detail in beeld gebracht worden. Dat is belangrijk voor het maken en evalueren van klimaat- en milieubeleid, meldt CBS.

De Emissieregistratie (ER) is verantwoordelijk voor het in kaart brengen van de uitstoot van vervuilende stoffen in Nederland. Zij doen dat in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en onder leiding van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Binnen de ER zijn zes taakgroepen. Een daarvan is Verkeer en Vervoer. Zij stellen de emissies vast die uit luchtvaart, scheepvaart en wegverkeer in de bodem, het water en de lucht terechtkomen. Daarvoor wordt onder andere gebruik gemaakt van CBS data. Michel Sijstermans, onderzoeker wegverkeer bij het CBS vertelt: “Tot voor kort maakten we voor de berekening van de emissies van het wegverkeer een schatting van het totaal aantal kilometers dat alle voertuigen in Nederland per jaar reden. Die voertuigen werden ingedeeld in een aantal categorieën, gebaseerd op het soort voertuig – zoals personenauto’s, vrachtwagens en bestelwagens –, de brandstof en het bouwjaar. De luchtverontreinigende uitstoot berekenden we voor iedere voertuigcategorie op basis van het totaal aantal gereden kilometers. Afgelopen jaar ontwikkelde het CBS, TNO en PBL een nieuwe methode waarbij de emissies op meer gedetailleerd niveau berekend kunnen worden.”

Gerben Geilenkirchen, onderzoeker mobiliteit bij het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), is voorzitter van de ER taakgroep Verkeer en Vervoer: “De nieuwe rekenmethode levert veel voordelen op. Voorheen konden we de totale uitstoot berekenen en voor bepaalde groepen voertuigen – zoals bijvoorbeeld alle personenauto’s tussen de 10 en 15 jaar oud. Nu gebruiken we een bottom-up methode, waarbij we uitgaan van de uitstoot van individuele voertuigen. Dat geeft ons de mogelijkheid specifieke uitsplitsingen te maken, bijvoorbeeld naar dieselauto’s zonder roetfilter of naar alle auto’s met een bepaald motortype. Hier kunnen we op inzoomen; voor het maken van beleid is dat zeer relevant. Een groot deel van het Nederlandse wagenpark is relatief schoon. Je wilt weten waar de vervuiling zit. Dieselauto’s zonder roetfilter bijvoorbeeld stoten zo’n 100 tot 1 000 keer zoveel fijnstof uit als dieselauto’s met roetfilter. Door de nieuwe methode kunnen we nu zien wat het aandeel van deze diesels is in de totale uitstoot van het wegverkeer in Nederland.”

De nieuwe emissieberekening is te danken aan nauwe samenwerking tussen de partijen. Geilenkirchen: “Het CBS weet van alle kentekens in Nederland waar ze geregistreerd staan en hoeveel kilometer ze reden. PBL heeft kennis over de verschillende emissies en TNO doet metingen met voertuigen op de weg. Dat laatste is essentieel om de uitstoot van verschillende voertuigen in verschillende verkeerssituaties in kaart te brengen.” Norbert Ligterink, wetenschappelijk onderzoeker bij TNO, is verantwoordelijk voor deze metingen. “We meten een stuk of negen emissies waaronder fijnstof -uit de uitlaat en van de banden en remmen-, stikstofoxide, ammoniak en CO2. Voertuigen die in gebruik zijn bij particulieren of bedrijven, of die we huren of lenen voor testen, rusten we uit met meetapparatuur. Die meet hoeveel emissies vrijkomen binnen- en buiten de bebouwde kom en op de snelweg, zowel tijdens filerijden als doorrijden. De uitstoot verschilt namelijk per type motor, soort emissie en waar, hoe snel en hoe dynamisch een voertuig rijdt. Op basis van de meest verkochte motoren, verschillende soorten gebruik en bekende vervuilers trekken we een representatieve steekproef. We weten daardoor nu van zo’n 370 voertuigcategorieën hoeveel zij van iedere vervuilende stof uitstoten in verschillende verkeerssituaties.” Op basis van het type voertuig en het aantal kilometers per jaar kan een inschatting worden gemaakt van de meest voorkomende verkeerssituaties. Geilenkirchen: “Van een personenauto met 60 duizend kilometer per jaar extra op de teller weet je dat die relatief veel snelweg rijdt. Bij 12 duizend kilometer per jaar rijdt een auto juist weer meer in de stad. Zo hebben we een model ontwikkeld dat voor ieder kenteken het gebruik en de bijbehorende uitstoot berekent. Uiteraard aggregeren we die data daarna naar voertuigcategorieën zodat in publicaties geen individuele kentekens te achterhalen zijn.”

Het in kaart brengen van de uitstoot van vervuilende stoffen door het wegverkeer is belangrijk voor beleid. Vooral de luchtkwaliteit, stikstofdepositie in natuurgebieden en de klimaatverandering zijn actuele thema’s. Ook voor het beleid heeft de samenwerking tussen TNO, PBL en het CBS meerwaarde. “Het CBS brengt het verleden, de trend door de tijd en de huidige situatie in kaart”, zegt Geilenkirchen. “Dat is belangrijk om daarop voort te kunnen bouwen. PBL maakt op basis van deze gegevens prognoses voor de toekomstige ontwikkelingen van de emissies. Ook beoordelen we met modellen de effecten van beleidsmaatregelen.” TNO geeft ook vooraf advies aan de ministeries bij het ontwikkelen van nieuw beleid vertelt Ligterink. “Daarnaast helpen wij bij handhaving, beoordelen van beleid en het signaleren van nieuwe problemen en trends. Zo vullen CBS, PBL en TNO elkaar goed aan.”

De nieuwe rekenmethode is in 2019 voor het eerst gebruikt over verslagjaar 2018. Er gaat nog verdere verfijning plaatsvinden vertelt Ligterink. “We gaan nog verdere uitsplitsingen maken in de categorieën. We willen bijvoorbeeld vuilniswagens als aparte categorie bekijken. Een vuilniswagen valt onder de vrachtwagens, maar rijdt veel meer in de stad en met lagere snelheden. Hoe lager de snelheid hoe vervuilender vrachtwagens zijn. Het is daarom relevant om ze apart te bekijken. Ook willen we gaan onderzoeken hoe schoon elektrische auto’s zijn. Zij stoten weliswaar geen fijnstof uit via de uitlaat, maar wel via slijtage van de banden, wegdek en remmen. Omdat elektrische auto’s vaak zwaarder zijn dan niet-elektrische auto’s zijn de krachten aan de wielen groter en komt er dus mogelijk meer fijnstof vrij.” Daarnaast worden de mogelijkheden voor beleidsevaluaties verder bekeken. Geilenkirchen: “De nieuwe gegevens bieden ongekend veel opties. Je kunt allerlei uitsplitsingen en koppelingen met andere data maken. Denk bijvoorbeeld aan vervuilende bestelauto’s, die worden vooral zakelijk gereden. We zouden kunnen onderzoeken of ze bijvoorbeeld vooral in het bezit zijn van eenmanszaken voor wie het een grote investering is om een nieuwe, schonere bestelwagen aan te schaffen. Daar zou je dan beleid op kunnen maken.” Als gedelegeerde opdrachtgever van de taakgroep is Geilenkirchen zeer tevreden over de nieuwe rekenmethode: “Dat is een compliment aan TNO en het CBS.”

Het CBS publiceerde begin 2020 de eerste tabellen met de nieuwe emissiecijfers. In mei publiceren de ER en PBL op hun website een uitgebreid rapport over de nieuwe rekenmethode voor de uitstoot van het wegverkeer.

Bron: CBS

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Zorg dat u niets mist. Neem nu een jaarabonnement op TTM.nl met 25% korting. Abonneer