Ga naar hoofdinhoud

Heeft FNV nu toch Van den Bosch bij de strot?

In de langslepende gerechtelijke procedure van FNV tegen Van den Bosch was afgelopen week nieuws te melden: het advies van de Advocaat-Generaal van het Europese Hof van Justitie. FNV zou FNV niet zijn als het niet direct een juichend persbericht de deur uit had gedaan, getiteld: ‘Advocaat Generaal Europees Hof geeft FNV gelijk in zaak Van den Bosch Transporten’. Van den Bosch Transporten zelf benadrukte in een reactie dat het ging om ‘complexe materie’. Tijd voor een analyse door iemand die ècht verstand van zaken heeft.

Daarvoor schakelen we even over naar Michelle Vrolijk, advocaat bij Vallenduuk Advocaten en gespecialiseerd in internationaal arbeidsrecht en CAO-recht, in het bijzonder voor de transport- en logistieke sector. Zij plaatst in onderstaande blog, afkomstig van de website www.vallenduuk.nl een kritische noot bij het ‘gelijk’ van FNV.


In 2013 is FNV een gerechtelijke procedure gestart tegen Van den Bosch vanwege het niet-naleven van de charterbepaling in artikel 44 van de CAO Goederenvervoer Nederland. Ditzelfde artikel staat ook in de CAO Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen. Kort gezegd bepaalt dit artikel dat een Nederlandse vervoerder met een buitenlandse charter moet afspreken dat de buitenlandse chauffeurs Nederlandse cao-basisvoorwaarden moeten krijgen “wanneer dat voortvloeit uit de detacheringsrichtlijn”. Om vast te stellen of deze charterbepaling door Van den Bosch moet worden nageleefd, moet dus eerst worden vastgesteld of de werkzaamheden van de Hongaarse chauffeurs wel onder de detacheringsrichtlijn vallen. 

In eerste aanleg heeft de rechtbank geoordeeld dat de detacheringsrichtlijn inderdaad van toepassing is op de Hongaarse chauffeurs en kreeg FNV gelijk. In hoger beroep heeft het gerechtshof echter geoordeeld dat de detacheringsrichtlijn niet van toepassing is op deze chaffeurs en werd het vonnis vernietigd. FNV is tegen dat oordeel in cassatie gegaan en de Hoge Raad heeft – voordat zij zelf een beslissing zal nemen – vragen gesteld aan het Europese Hof van Justitie over de toepasselijkheid van de detacheringsrichtlijn in het internationaal wegvervoer.

Op 30 april 2020 heeft de Advocaat-Generaal (AG) van het Hof van Justitie een conclusie uitgebracht over deze zaak. De AG adviseert met deze conclusie het Hof van Justitie over de juridische aspecten van de zaak en geeft daarin ook zijn of haar juridische mening. Het Hof van Justitie zal over een aantal maanden zelf een arrest wijzen. Vaak volgt het Hof hierin het advies van de AG, maar niet altijd.

De conclusie van de AG

Allereerst is de AG in zijn conclusie ingegaan op de vraag of de detacheringsrichtlijn van toepassing is op de sector wegvervoer in het algemeen. Dat is het geval voor zowel nationaal (cabotage) als internationaal wegtransport. De sector wegvervoer is op zichzelf namelijk niet uitgesloten van de werkingssfeer van de detacheringsrichtlijn, zoals het dat bijvoorbeeld wel het geval is voor zeevarend personeel in de sector koopvaardij.

De detacheringsrichtlijn kan dus van toepassing zijn op (het uitbesteden van) internationale transportopdrachten, maar dan moet er wel sprake zijn van “terbeschikkingstelling op het grondgebied van het land van ontvangst”. De vraag of sprake is van terbeschikkingstelling in geval van internationaal wegtransport, moet volgens de AG per specifieke situatie van die betreffende onderneming. Het is dus niet zo dat de detacheringsrichtlijn per definitie moet worden toegepast op elke internationale transportopdracht. Die afweging moet gemaakt worden aan de hand van een aantal criteria en gezichtspunten. Hiervoor is volgens de AG onder andere van belang of de chauffeur een voldoende band heeft met het grondgebied van het land van ontvangst. Of zo’n voldoende band bestaat, moet worden vastgesteld aan de hand van alle relevante aanwijzingen die samen in aanmerking moeten worden genomen, zoals: 1) de plaats van de persoon voor wie de betrokken diensten worden verricht, 2) de plaats waar de vervoerswerkzaamheden worden georganiseerd en de chauffeurs hun opdrachten ontvangen en 3) de plaats waarnaar ze terugkeren na beëindiging van hun dienst.

Hoe nu verder?

De AG geeft in zijn conclusie enkel en alleen advies over de wijze waarop het Hof van Justitie de vragen van de Hoge Raad moet beantwoorden. In het aankomende arrest zal het Hof van Justitie dan ook enkel en alleen die vragen beantwoorden. Het Hof van Justitie zal de hiervoor genoemde aanknopingspunten niet zelf afwegen of toetsen aan de hand van de feiten, maar geeft deze handvatten enkel als ‘tool’ terug aan de Hoge Raad in Nederland. Maar ook de Hoge Raad zal niet de feitelijke beslissing maken of de Detacheringsrichtlijn wel of niet van toepassing is op Van den Bosch. De Hoge Raad gebruikt deze aanknopingspunten alleen om vast te stellen of het gerechtshof in hoger beroep een correcte afweging heeft gemaakt. Als de Hoge Raad meent dat die afweging niet correct is, niet correct is gemotiveerd of de wet niet correct is toegepast, dan verwijst de Hoge Raad de zaak weer terug en moet het gerechtshof dat opnieuw doen. En dan ditmaal met inachtneming van de aanknopingspunten van het Hof van Justitie. 

Kortom; ja, FNV heeft dus enigszins gelijk op het punt dat het (internationaal) goederenvervoer over de weg als sector niet in zijn geheel is uitgesloten van de werkingssfeer van de detacheringsrichtlijn, maar dit zegt nog niks over de vraag of in geval van Van den Bosch sprake is geweest van “terbeschikkingstelling” zoals bedoeld in deze richtlijn. Daarvoor zal de feitenrechter uiteindelijk de knoop moeten doorhakken met behulp van de criteria die door het Hof van Justitie zullen worden geformuleerd. En in tegenstelling tot wat de nieuwsberichten u wellicht doen geloven, is het nog steeds een optie dat uit die toets blijkt dat de Hongaarse chauffeurs van Van den Bosch onvoldoende band met Nederland hebben en dan is de detacheringsrichtlijn dus niet van toepassing.

Deze – inmiddels zeer bekende – zaak benadrukt nog maar eens dat het belangrijk is om de bedrijfsvoering goed in te richten indien u als Nederlandse vervoerder transportopdrachten uitbesteedt aan buitenlandse vervoerders of buitenlandse chauffeurs inzet binnen uw onderneming. Wilt u laten toetsen of u voldoet aan de geldende wet- en regelgeving? Door middel van de Quick Scan Transport van Vallenduuk Advocaten snel en op korte termijn de eventuele risico’s in kaart brengen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Zorg dat u niets mist. Neem nu een jaarabonnement op TTM.nl met 25% korting. Abonneer