Ga naar hoofdinhoud

Betere aanpak incidenten gevaarlijke stoffen

De werkgroep Incident Management vervoer gevaarlijke stoffen werkt hard aan een betere aanpak van incidenten met gevaarlijke stoffen. Zo komt er een informatiesysteem over tankauto’s voor de brandweer en worden er strengere afspraken gemaakt tussen vervoerders en civiele hulpverlening.

Gevaarlijke stoffen Dat schrijft minister Eurlings in een brief aan de Tweede Kamer, waaruit wij delen daarvan hieronder integraal weergeven.

“In omringende landen wordt al samengewerkt tussen civiele hulpverleningsdiensten en bedrijven samenwerken bij het management van vervoersincidenten met gevaarlijke stoffen. Een aantal landen hanteert namelijk geformaliseerde afsprakenstelsels. Eind 2008 is een onderzoek gestart naar de sterke punten van deze afsprakenstelsels en de mogelijkheden om ze toe te passen in Nederland. Het resultaat van de studie bestaat uit aanbevelingen om de aanpak van de samenwerking in Nederland te versterken. Deze aanbevelingen hebben betrekking op de mogelijkheid van advisering door deskundigen ter plaatse in heel Nederland en op de inzet van gespecialiseerd personeel en materieel uit andere veiligheidsregio’s of van chemische bedrijven. Met behulp van de activiteitenlijst van de werkgroep, de conclusies van de IOOV en de resultaten van het onderzoek naar de mogelijkheden die buitenlandse samenwerkingsafspraken bieden zal de werkgroep in de eerste helft van 2009 haar werkplan voor 2009  2012 opstellen.

Met actuele en volledige informatie kunnen hulpverleners snel met de juiste mensen, materieel en middelen op de juiste wijze het ongeval bestrijden. De specialisten Gevaarlijke Stoffen van de civiele hulpverleningsdiensten in Nederland hebben kennis over gevaarlijke stoffen en de bestrijding van ongevallen met die stoffen. Naast die informatie moet bij een ongeval ook snel specifieke informatie beschikbaar komen over het voertuig dat bij het ongeval betrokken is en zijn lading. De Onderzoeksraad voor Veiligheid heeft het belang hiervan onderstreept in haar advies over tankautobranden: “De Ministers van BZK en VenW wordt aanbevolen om in overleg met de brandweer … een informatiesysteem tot stand te brengen dat waarborgt dat de brandweer bij een ongeval zo snel mogelijk van informatie over lading (onder andere soort stof en hoeveelheid) en voertuig (onder andere tanktype, aanwezigheid overdrukventiel) wordt voorzien.”De Minister van VenW heeft hierop, mede namens de ministers van BZK, VROM en SZW als volgt gereageerd: “Het tot stand brengen van een informatiesysteem zoals de Onderzoeksraad bepleit, zal … kunnen worden bereikt. Daarbij zullen ook de partijen worden betrokken die de Raad in zijn aanbeveling noemt.” Voor het vervoer per spoor en binnenvaart bestaan al vaste afspraken en methoden om hiervoor te zorgen. Voor het wegvervoer echter niet.

Uit gesprekken met de sector blijkt dat veel vervoersbedrijven beschikken over eigen systemen waarmee zij hun voertuigen volgen. Deze bestaande systemen kunnen gebruikt worden om bij een incident de informatie over voertuig en lading aan de hulpverleningsdiensten te verstrekken. Het project Voertuig- en Ladinginformatie heeft als doel om deze informatie-uitwisseling sneller te laten verlopen door vaste afspraken te maken tussen bedrijven en civiele hulpverleners. In 2009 wordt overlegd met vervoerders en civiele hulpverleningsdiensten met als doel het ontwerpen van een afsprakenpakket, aanvankelijk voor toepassing op beperkte schaal.

De internationale vervoersregelgeving schrijft voor dat een vervoersbedrijf ongevallen van een bepaalde aard en omvang meldt aan de bevoegde autoriteit.Uit analyse is gebleken dat deze wettelijke incidentregistratie niet goed wordt nageleefd. In 2008 heeft VenW daarom overlegd met DCMR, KLPD en Havenpolitie om te kijken hoe de incidentregistratie voor het hoofdwegennet en hoofdvaarwegennet verbeterd kan worden. Dit heeft geresulteerd in een plan van aanpak dat als uitgangspunt dient voor de activiteiten op dit gebied in 2009. Dat plan van aanpak wordt in de komende jaren uitgevoerd.

De overheid zal meer eenduidigheid brengen in de procedure voor registratie en evaluatie van incidenten op grond van de regelgeving. Daarbij wordt de aandacht als eerste gericht op vervoersincidenten op het hoofdwegennet en het hoofdvaarwegennet.

Het is de bedoeling dat deze procedure op hoofdlijnen als volgt zal verlopen:
– Bij een incident waarbij een voertuig of vaartuig met gevaarlijke stoffen betrokken is informeert personeel van Rijkswaterstaat de bestuurder of schipper over de wettelijke meldingsplicht.
– Het vervoersbedrijf beoordeelt of het incident valt onder de meldingsplicht. Indien dit het geval is meldt dat bedrijf het incident via een formulier op een beveiligde website.
– Rijkswaterstaat registreert alle incidenten in een eigen gegevensbestand en registreert of bij een incident een voertuig of vaartuig met gevaarlijke stoffen betrokken was. Rijkswaterstaat verzamelt dus, binnen de grenzen van de Wet bescherming persoonsgegevens, ook gegevens over incidenten die niet onder de wettelijke meldingsplicht vallen.
– Rijkswaterstaat legt het eigen registratiebestand naast de meldingen van de vervoersbedrijven en analyseert beide verzamelingen gegevens. Hierover wordt jaarlijks gerapporteerd aan de vervoerssector en de minister van VenW.

Verwacht wordt dat bedrijven de meldingsplicht beter zullen naleven wanneer de regels en verantwoordelijkheden voor alle betrokkenen duidelijk zijn en er een rapportage met aanbevelingen volgt. Om het plan uit te kunnen voeren moet de regelgeving voor incidentregistratie worden aangepast. Die aanpassing wordt eind 2009 meegenomen in de wijziging.”

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Zorg dat u niets mist. Neem nu een jaarabonnement op TTM.nl met 25% korting. Abonneer