De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) kan onder bepaalde omstandigheden externe partijen betrekken bij de toekenning of weigering van bestuurlijke boetes. Dat blijkt uit een op 10 december gepubliceerde conclusie van Rob Widdershoven, staatsraad advocaat-generaal bij Raad van State (RvS).
De conclusie vloeit voort uit een hoger beroep van FNV tegen de weigering om als belanghebbende aan te merken in een boeteprocedure tegen een Litouwse transportonderneming. Volgens FNV waren uit hun eigen onderzoek naar cabinekamperen en overschrijding van rusttijden duidelijke overtredingen gebleken; de ILT nam deze bevindingen over in haar onderzoek en legde uiteindelijk een boete op. FNV wilde betrokken worden bij het besluit en de mogelijkheid hebben bezwaar te maken, maar de minister erkende hen niet als belanghebbende. Een rechtbank vond dit gedeeld standpunt juist.
Conclusie Widdershoven
De staatsraad-A-G stelt dat derden wel degelijk belanghebbende kunnen zijn, mits het boetebesluit is genomen naar aanleiding van hun eigen handhavingsverzoek. In dat geval kan de derde deelnemen aan de procedure, ook wanneer het om een collectieve organisaties gaat (zoals FNV), mits voldaan is aan de eisen van artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Daarbij speelt onder meer een criterium van “persoonlijk belang”.
Of het boetebesluit is opgelegd op eigen initiatief van de toezichthouder (en niet na een verzoek van de derde) is cruciaal; in die situatie is volgens de staatsraad-A-G de derde níet als belanghebbende te beschouwen. Ook het feit dat het om een belangenorganisatie gaat, verandert volgens hem niets, mits de statutaire doelstelling en feitelijke werkzaamheden aansluiten op het geadresseerde belang.
Wat betekent dit voor de zaak rond FNV en cabinekamperen?
De conclusie opent in theorie de deur voor FNV om alsnog als belanghebbende erkend te worden, maar alleen als hun verzoek om handhaving de aanleiding is geweest voor het boetebesluit. Of dat het geval is in de casus tegen het Litouwse bedrijf is niet eenduidig door de staatsraad-A-G beantwoord.
Nu de betrokken partijen mogen reageren op deze mening van de advocaat-generaal, zal de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uiteindelijk beslissen of FNV, en daarmee andere maatschappelijke organisaties, structureel mogen deelnemen aan boeteprocedures van de ILT.
Gevolgen voor toezicht en handhaving
Als de Afdeling bestuursrechtspraak de lijn van Widdershoven overneemt, kan dit een belangrijke precedentwerking hebben. Maatschappelijke organisaties zouden vaker kunnen meebeslissen bij de handhaving van transport- en arbeidswetgeving. Voor toezichthouders betekent dit dat het onderscheid tussen ingediende klachten en eigen controles juridisch relevanter wordt, met mogelijk breder draagvlak én meer inspraak bij boeteprocedures.
