De eerste loonstrook van 2026 maakt één ding direct duidelijk: de verschillen tussen sectoren nemen verder toe. Werknemers zien hun nettoloon weliswaar stijgen, maar in het goederenvervoer blijft die stijging beperkt. Tegelijkertijd lopen de loonkosten voor werkgevers juist stevig op. Dat blijkt uit berekeningen over de loonontwikkeling per januari 2026.
Bij een modaal inkomen van 3.704 euro per maand varieert de netto stijging van 17 euro in zorg & welzijn tot 31 euro per vier weken in de bouw. In het goederenvervoer blijft de plus steken op circa 18 tot 22 euro per maand, afhankelijk van het inkomensniveau. Ook bij twee keer modaal blijft het transport achter: werknemers houden daar ongeveer 22 euro netto per maand extra over, tegenover ruim 30 euro in veel andere sectoren.
De verklaring zit vooral in de pensioenhoek. In het goederenvervoer is het loon waarover pensioen mag worden opgebouwd per 2026 verhoogd. Daardoor wordt over een groter deel van het salaris premie ingehouden, wat het netto-effect drukt. Een bekend mechanisme, maar voor werknemers voelt het toch als een magere start van het jaar.
Voor werkgevers is het beeld minder geruststellend. Bij twee keer modaal stijgen de loonkosten in het goederenvervoer met bijna 100 euro per maand. Alleen de bouw zit daar nog boven. De oorzaak: hogere maximumpremielonen voor werknemersverzekeringen en Zvw, gecombineerd met hogere pensioengrondslagen.
Per saldo laat de loonstrook van januari zien dat werkgevers in transport fors meer betalen, terwijl werknemers daar relatief weinig van terugzien. Een ongemakkelijke realiteit, zeker in een sector die al kampt met krapte op de arbeidsmarkt.

