Als consumenten iets langer willen wachten op hun pakket, kan dat het aantal bestelauto’s in Nederland met ruim twintig procent terugdringen. Dat blijkt uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen naar uitgestelde bezorging en het spreiden van pakketstromen.
Volgens de onderzoekers ligt de sleutel niet zozeer in minder gereden kilometers, maar in het afvlakken van pieken in de bezorgvraag. Door leveringen beter over de week te spreiden, zijn minder voertuigen nodig op de drukste dagen.
Uit de analyse blijkt dat wanneer ongeveer een kwart van de zendingen kan worden uitgesteld, de bezorgvloot met ongeveer 20 procent kan krimpen. Voor een grote vervoerder komt dat neer op zo’n 1.750 bestelbusjes minder; bij kleinere spelers gaat het om 200 voertuigen. Tegelijkertijd daalt de CO₂-uitstoot dan met 7,5 procent.
De huidige piekbelasting ontstaat doordat ongeveer zestig procent van de online bestellingen in het weekend wordt geplaatst, waarna deze op maandag worden verwerkt en dinsdag bezorgd. Juist op die piekdag is de inzet van extra voertuigen nodig.
De studie vergelijkt twee strategieën: leveringen concentreren op één dag of juist spreiden. Concentratie verlaagt weliswaar de rijafstand, maar leidt tot grotere pieken en dus meer voertuigen. Spreiding zorgt voor een kleinere vloot met slechts een beperkte toename in kilometers, wat per saldo gunstiger uitpakt voor de totale uitstoot.
Jeroen Gehlen, co-founder van Wuunder, opdrachtgever van het onderzoek: “Door pakketstromen slimmer te spreiden, kunnen we de omvang van de Nederlandse bezorgvloot verkleinen. Naar verwachting levert dit een ketenbrede kostenbesparing op van tientallen miljoenen euro’s per jaar.”
Onderzoeker Marith Zeelenberg (RUG) bevestigt: “Met een gelijkmatigere spreiding kan dezelfde hoeveelheid pakketten met een aanzienlijk kleinere vloot worden bezorgd, met een duidelijke impact op de totale milieuvoetafdruk.”


