Nederland start op 1 juli 2026 met de vrachtwagenheffing. Vanaf die datum begint ook de handhaving. De handhaving is gericht op het stimuleren van het goed gebruik van de OBU en het voorkomen van overtredingen, zodat een gelijk speelveld voor alle vervoerders ontstaat. Daarbij is er oog voor proportionaliteit en de menselijke maat. Zo hebben de boetes het eerste half jaar gehalveerde tarieven.
Met de introductie van vrachtwagenheffing moeten eigenaren van vrachtwagens betalen per gereden kilometer op de wegen waarop de heffing geldt. De afgelegde kilometers worden geregistreerd met een OBU. In Nederland moet de OBU altijd aan staan, ook op wegen waar de heffing niet geldt.
Focus op voorkomen
Nederland helpt vervoerders bij het naleven van de regels met duidelijke communicatie over de regels, de controles en de verantwoordelijkheden van eigenaren en chauffeurs. Door helder uit te leggen wat er wordt verwacht en wat te doen bij bijvoorbeeld een storing, kunnen misverstanden en boetes zoveel mogelijk worden voorkomen.
Een veelgemaakte misvatting is dat een vrijstelling of ontheffing uit andere landen ook in Nederland geldt. Dat is niet automatisch het geval. Wie hier toch van uitgaat en niet aan de Nederlandse regels voldoet, loopt het risico op een boete.
Hoe kunnen vervoerders zich voorbereiden?
Iedere vrachtwagen in de voertuigcategorie N2 en N3 die Nederland inrijdt, moet vanaf 1 juli beschikken over een werkende OBU. Om aan de regels te voldoen, moeten vervoerders:
- een contract hebben met een dienstaanbieder die vrachtwagenheffing in Nederland ondersteunt;
- een OBU gebruiken die in Nederland werkt;
- de OBU koppelen aan het juiste kenteken;
- de OBU altijd ingeschakeld laten tijdens het rijden;
- bij een storing direct melding maken bij hun dienstaanbieder en binnen drie uur een werkende OBU regelen.
Eigenaren die al een contract hebben bij een dienstaanbieder doen er goed aan te controleren of ze hun contract kunnen uitbreiden voor Nederland. Is dit niet het geval, dan is een aparte OBU voor Nederland nodig. De dienstaanbieder is altijd het aanspreekpunt voor vragen en eventuele technische problemen met OBU’s. Het is verstandig om tijdig bovenstaande stappen door te lopen en het niet enkele dagen voor 1 juli te regelen, zei Frederic Koeman van RDW in de onlangs gehouden TTM.nl Talk.
Boetes bij overtredingen
Vanaf de start van de truck toll controleert RDW of aan de verplichtingen wordt voldaan. Bij overtredingen kan een boete worden opgelegd. In de eerste zes maanden (tot 1 januari 2027) gelden gehalveerde tarieven:
- Geen contract met een dienstaanbieder voor de vrachtwagenheffing: 800 euro (tot 01-01-2027: 400 euro);
- Rijden met een OBU die is uitgeschakeld: 500 euro (tot 01-01-2027 250 euro);
- Rijden met een OBU die niet (goed) werkt: 500 euro (tot 01-01-2027 250 euro);
- Rijden met een OBU die bij een andere vrachtwagen hoort: 500 euro (tot 01-01-2027 250 euro).
Binnen een periode van 24 uur kan maximaal één boete per voertuig worden opgelegd. Als er binnen die periode meerdere overtredingen worden geconstateerd, dan wordt alleen de boete met het hoogste bedrag opgelegd.
Hoe werken toezicht en handhaving?
Het toezicht op de vrachtwagenheffing gebeurt met vaste apparatuur boven de weg en mobiele apparatuur langs de weg. Voordat een boete wordt opgelegd, vindt altijd een menselijke beoordeling plaats. De boete wordt per post verstuurd naar de eigenaar van het voertuig. Als er geen adres bekend is of inning niet mogelijk blijkt, kan een voertuig staande houden worden. De boete moet dan direct worden betaald.

