De arbeidsproductiviteit in de Nederlandse transportsector is de afgelopen tien jaar niet gegroeid, maar zelfs licht gedaald. Daarmee blijft de sector achter bij de economie als geheel, waar sinds 2014 nog wel sprake was van productiviteitsgroei. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) over de periode 2014-2024.
Arbeidsproductiviteit – uitgedrukt als toegevoegde waarde per gewerkt uur – geldt als een belangrijke motor voor welvaartsgroei. Tot 2014 was de transportsector, waaronder het wegtransport, juist een sterke aanjager van productiviteitsgroei. In de periode 1996-2008 lag de groei relatief hoog. Sinds 2014 is het beeld echter omgeslagen.
Tussen 2014 en 2019 daalde de arbeidsproductiviteit in de transportsector gemiddeld met 0,4 procent per jaar. In de periode 2020-2024 was er weliswaar herstel na de coronadip, maar in 2024 lag het productiviteitsniveau nog altijd onder dat van 2014. Vooral de luchtvaart drukt het gemiddelde, doordat de toegevoegde waarde daar minder snel herstelde dan het aantal gewerkte uren.

Voor het wegtransport spelen meerdere structurele factoren. De sector is sterk afhankelijk van internationale handel, die na de financiële crisis en het daaropvolgende herstel minder hard groeide dan in de jaren daarvoor. Daarnaast nam de concurrentie uit Oost-Europa toe, mede door verdere EU-integratie. Nederlandse vervoerders zijn bovendien relatief meer kortere ritten gaan uitvoeren, wat doorgaans minder efficiënt is dan langeafstandstransport.
Ook de afgenomen bedrijvendynamiek weegt mee. Sinds 2007 is de verversingsgraad – het aandeel nieuwe en stoppende bedrijven – in vrijwel alle transportbranches gedaald. Minder dynamiek kan wijzen op afnemende vernieuwingskracht, waardoor minder productieve bedrijven langer actief blijven. Bovendien liggen uitbreidingsinvesteringen sinds 2015 op een lager niveau dan in eerdere periodes.

Internationaal bezien presteert Nederland nog altijd sterk. In 2024 bedroeg de toegevoegde waarde per gewerkt uur in de Nederlandse transportsector gemiddeld 66 euro. Daarmee behoort Nederland, samen met België (74 euro), tot de meest productieve landen van Europa. In landen als Spanje (35 euro) en Polen (21 euro) ligt dit niveau aanzienlijk lager.
Ondanks die sterke internationale positie staat het wegtransport voor de opgave om de productiviteitsgroei structureel te herstellen in een markt die conjunctureel en structureel onder druk staat.

