De straf en maatregelen tegen vrachtwagenchauffeur Edwin M. die in 2021 motoragent Arno de Korte in Rotterdam doodreed, kunnen in stand blijven. Dat adviseert advocaat-generaal (AG) Van Wees aan de Hoge Raad in een conclusie van 26 augustus. Ook de schadevergoeding aan de partner van het slachtoffer blijft volgens de AG terecht toegewezen.
Op 7 juli 2021 reed de chauffeur met zijn vrachtwagen een motoragent aan die hem wilde controleren. Daarna reed hij door zonder zich om het slachtoffer te bekommeren. Het gerechtshof veroordeelde de man tot negen jaar cel, tien jaar rijontzegging en tbs met dwangverpleging, naast een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (GVM). De partner van de omgekomen agent kreeg bovendien een schadevergoeding, onder meer voor affectieschade.
In cassatie werd niet geprocedeerd tegen de veroordeling zelf of de opgelegde gevangenisstraf, rijontzegging en tbs. Wel klaagde de verdediging over de motivering van de GVM en over de toekenning van affectieschade, omdat het slachtoffer en diens partner niet samenwoonden.
Volgens de AG falen beide klachten. Het hof heeft volgens hem voldoende gemotiveerd waarom langdurig toezicht nodig is, onder meer vanwege een hoog recidiverisico, eerdere veroordelingen en gebrek aan inzicht bij de verdachte. Ook de vergoeding van affectieschade is terecht, omdat de relatie tussen slachtoffer en partner in dit geval voldoende hecht was om die vergoeding toe te kennen.
De Hoge Raad moet nog uitspraak doen. Het advies van de AG wordt in de meeste gevallen gevolgd.

