De Europese truckmarkt staat aan de vooravond van een ingrijpende herschikking. Niet door een plotselinge invasie van nieuwe merken, maar door regelgeving. Dat blijkt uit recent onderzoek van KPMG in opdracht van Bovag. Dat schetst ook dat de gemiddelde CO₂-uitstoot per verkochte truck in 2030 met 45 procent omlaag moet ten opzichte van 2019-2020. Dat dwingt fabrikanten tot versnelling van elektrificatie – en zet marges onder druk.
In de toekomstvisie van Bovag richting 2030 groeit het Nederlandse wagenpark naar verwachting nog door. Tegelijkertijd wordt het “alle hens aan dek” in de werkplaats. Technici zijn schaars, panden zitten vol en investeringen in zero-emissievoertuigen vragen om nieuwe kennis en infrastructuur. Een truck verkopen is één ding. Hem rijdend houden is een tweede. En precies daar zit voorlopig het slot op de deur voor nieuwkomers.
Elektrische trucks winnen terrein. TCO-pariteit met diesel komt binnen enkele jaren in zicht, in vrijwel alle segmenten. Maar onzekerheden over restwaarde, energieprijzen en laadinfrastructuur maken transporteurs voorzichtig. Bovendien vergt elektrisch rijden een herinrichting van operatie, planning en laadinfrastructuur. Dat is geen kwestie van stekker erin en gaan.

En de Chinezen dan? BYD en Foton lonken naar Europa, maar verkochten hier tot nu toe nauwelijks trucks. Waar Chinese merken bij personenauto’s met scherpe prijzen en staatssteun snel marktaandeel pakten, ligt dat bij trucks anders. Europese transporteurs eisen maatwerk, langeafstands-capaciteit en een pan-Europees servicenetwerk. Stilstand kost geld. Zonder fijnmazige aftersales-infrastructuur kom je de grens niet over.
Toch zou het naïef zijn om achterover te leunen. Chinese fabrikanten produceren naar schatting 20 tot 30 procent goedkoper en beschikken over sterke batterij- en toeleveringsketens. Als zij hun producten aanpassen aan Europese eisen en een servicenetwerk opbouwen, kan het speelveld kantelen.
Het beeld voor 2030? Een markt waarin elektrificatie de norm wordt, het verdienmodel van dealers onder druk staat en samenwerking tussen Europese OEM’s onvermijdelijk lijkt. Geen onmiddellijke Chinese overname. Wel een sluimerende concurrentie die dwingt tot scherpte. Want wie innovatie onderschat of niet op waarde schat, wordt uiteindelijk ingehaald.
