In 1985 behaalde Daimler-Benz een overtuigende overwinning met de licht-middensegmentreeks Mercedes-Benz LN2, die de 13 juryleden wist te imponeren met de veelzijdigheid van het modulaire ontwerp.
Met in totaal 71 stemmen won de kleine Mercedes met de grootste marge die tot dan toe in de competitie was gezien. Daarmee bleef hij de Iveco Turbostar voor, die tweede werd met 49 stemmen, en de Leyland Roadrunner, die met 19 stemmen derde eindigde.
De runners-up werden beschouwd als verdienstelijke ontwerpen, maar in wezen als voertuigen voor één specifieke klasse. De LN2 daarentegen was duidelijk een multi-class, multi-model reeks met een grote aantrekkingskracht voor uiteenlopende Europese transporttoepassingen: van 6,5 tot 13 ton als bakwagen, tot een maximaal treingewicht van 21 ton.
Hoewel de Ford Cargo in 1982 een vergelijkbaar concept had geboden, was de Mercedes bewust ontworpen als lichte truck zonder zich in het zware segment te begeven, waar Mercedes-trucks al een duidelijke eigen identiteit hadden.
De voorganger van de LN2 – de Mercedes-Benz LP – was ondanks zijn oorsprong in het midden van de jaren zestig marktleider in zijn klasse in Duitsland. De naar voren geplaatste vooras legde echter beperkingen op aan het gewicht, wat verdere ontwikkeling zou hinderen. Bovendien waren de rijeigenschappen en de niet-kantelbare cabine inmiddels verouderd.
De Mercedes-ingenieurs wilden met de LN2 vooral een voertuig van zeer hoge kwaliteit ontwikkelen, eerder dan een technologisch wonder op zich. De ontwerpdoelstelling was de veiligste, meest duurzame en hoogwaardige truck in het topsegment van de lichte klasse te bouwen en dat concept vervolgens door te trekken naar de lagere tonnages binnen het gamma.

Daarom kreeg de nieuwe cabine een slaapcabine-optie en een afwerking en comfortniveau vergelijkbaar met grotere trucks. Een volledig luchtremsysteem verving het eerdere lucht-hydraulische systeem. Stuurbekrachtiging was beschikbaar in de hele reeks en dubbele parabolische voorveren met dubbele bladveren en hulveren achter zorgden voor uitstekende rijeigenschappen en eenvoudig rijgedrag. Luchtvering en ABS waren eveneens leverbaar.
Ook werden turbomotoren met intercooler geïntroduceerd als onderdeel van een grondige herziening van het motorenprogramma. Bij de introductie bestond de LN2-reeks uit maar liefst 418 basismodellen. Deze omvatten motoren van 90 tot 201 pk, transmissies met vijf tot twaalf versnellingen en ook automatische opties. Daarmee konden Europese transporteurs kiezen uit alles van een hoogwaardige 7,5-tons distributietruck tot een 21-tons trek-/disselcombinatie voor langeafstandstransport.
In Groot-Brittannië was de LN2 het populairst als 7,5-tonner. Door het diepe chassis, ontworpen om hogere constructiegewichten en overbelading buiten Europese markten te kunnen verwerken, had de truck echter een licht gewichtsnadeel. Mercedes probeerde dat te beperken door meer kunststof in de cabine te gebruiken.
De 809-variant werd aangedreven door de viercilinder 88 pk sterke OM 364-motor. De 814 en de grotere 1114 gebruikten beide de zescilinder OM 366 met 134 pk, in atmosferische uitvoering. Alle versies waren gekoppeld aan een handgeschakelde vijfversnellingsbak met synchromesh.
Voor de LN2 werd een ontwerplevensduur van twintig jaar verwacht. Ondanks het grote succes haalde het model dat net niet: in 1998 werd de reeks opgevolgd door de Mercedes-Benz Atego.


