Iveco was in 1992 de laatste van Europa’s grote truckfabrikanten die de titel International Truck of the Year wist te winnen – maar deed dat meteen overtuigend. Met een investering van £2,5 miljard scoorde de nieuwe EuroCargo bij alle dertien juryleden en behaalde 80 punten. De Scania Turbo-Compound 400 eindigde als tweede, gevolgd door de emissiearme versie van de Mercedes-Benz SK.
De EuroCargo gold als de eerste volledig nieuwe Iveco sinds de oprichting in 1975. Het project startte in 1985 met als doel een versnipperd modellengamma – met onder meer Magirus-, Ford Cargo-, OM- en Unic-modellen – te stroomlijnen.
Het resultaat was ambitieus: feitelijk twee modelreeksen. De lichtere varianten van 6 tot 10 ton deelden veel techniek, terwijl het programma doorliep tot 15 ton (bakwagen) en 24 ton (trekker-oplegger). Met 540 standaardvarianten werd maatwerk vrijwel overbodig.

De jury waardeerde vooral de brede inzetbaarheid, Euro 1-technologie, uitstekende rijeigenschappen en lagere onderhoudsintervallen. Motorisch bouwde Iveco voort op de 8000-serie, maar met ingrijpende aanpassingen aan zuigers en injectoren. Viercilinders van 3,9 liter leverden 116 of 135 pk, zescilinders van 5,9 liter varieerden van 143 tot 227 pk. Voor de zwaarste uitvoeringen was er een 7,7-liter met 266 pk.
Nieuwe transmissies, samen met Eaton ontwikkeld, boden keuze uit 5-, 6- en 9-bakken. Tot 10 ton gebruikte Iveco eigen assen, terwijl zwaardere varianten waren uitgerust met Rockwell-assen.
De volledig nieuwe cabine, ontwikkeld met Italdesign, had een modulaire opbouw en werd geproduceerd in Brescia. De strakke vormgeving vond later ook zijn weg naar de zware Iveco-modellen.


