Ga naar hoofdinhoud

‘Kosten Nederlandse vervoerders stijgen 2,8 tot 3,7 procent’

In 2011 zien Nederlandse beroepsgoederenvervoerders over de weg hun kosten met 2,8 tot 3,7 procent stijgen. Eind vorig jaar heeft NEA deze prognose in opdracht van de NIWO gemaakt. De kostenstijging is afhankelijk van de deelmarkt en/of het land waarop gereden wordt. De belangrijkste prijsstijgingen betreffen de loonkosten, brandstofkosten en rentekosten. Ook de kostenstijging die veroorzaakt wordt door toenemende congestie en afnemende bereikbaarheid is verwerkt in de kostenraming 2011. Daarnaast is de gerealiseerde kostendaling of -stijging in 2010 ten opzichte van 2009 berekend.
euro'sIn 2011 nemen de rentekosten sterk toe. De rentekosten stijgen aan de ene kant doordat het rentepercentage hoger ligt dan in 2010 en aan de andere kant doordat het in het voertuig geïnvesteerde vermogen toeneemt. Hiervoor wordt als uitgangspunt de stijging van het algemene prijsniveau met 1,5 procent genomen. In totaal leidt dit tot een stijging van de rentekosten met 17,1 procent. De onderhandelingen voor een nieuwe CAO voor het beroepsgoederenvervoer zijn nog niet afgerond, de vorige CAO liep al op 31-12-2009 af. De ontwikkeling van de loonkosten is om die reden gebaseerd op het eindbod van de werkgeversorganisaties van 6 oktober 2010. In dit eindbod stijgen de lonen in 2010 met 0,0 procent. Door toename van de sociale lasten en verhoging van de de functielonen per 1 oktober 2009 zijn de totale loonkosten in 2010 t.o.v. 2009 wel met 1,4 procent toegenomen.

Voor 2011 voorziet het eindbod in een loonstijging van 2,1  procent per 1 januari 2011 en een loonstijging van 1,0 procent per 1 juli 2011. De totale geraamde loonkostenstijging inclusief de toename van de sociale lasten en de incidentele loonkostenstijging in 2011 komt daarmee op 3,0 procent. Voor de CAO-vergoedingen en overige personeelskosten wordt een stijging geraamd van 2,2 procent bij binnenlands vervoer en 2,5 procent bij grensoverschrijdend vervoer. Van alle kostenposten wegen de loonkosten het zwaarst in de totale kostprijs van het vervoer. In sommige deelmarkten bestaat de kostprijs voor meer dan de helft uit loonkosten. Het gaat in hoofdzaak om loonkosten van rijdend personeel, daarnaast betreft het de loonkosten van werkplaatspersoneel en overig personeel.

Het verloop van de brandstofprijs laat zich moeilijk voorspellen. In de periode januari t/m juni 2010 is de dieselprijs aan de pomp van € 96,20 naar € 104,14 per 100 liter gestegen. In de zomermaanden daalde de prijs tot € 102,07. Op 23 september 2010 bedroeg de prijs € 103,68, deze prijs is gehanteerd voor de rest van het jaar. Het gemiddelde van 2010 komt daarmee uit op € 101,83 per 100 liter. In 2009 lag het gemiddelde op € 89,01. Dit zijn prijzen exclusief BTW en inkoopkorting, inclusief accijns en heffingen.

Rekening houdend met een gemiddelde inkoopkorting van € 2,90 per 100 liter, zijn de brandstofkosten in Nederland in 2010 met gemiddeld 14,9 procent gestegen ten opzichte van 2009.

Voor de raming van 2011 is uitgegaan van de ontwikkeling van de kale olieprijs volgens het Centraal Planbureau, die rekenen met een toename van 1,9 procent ten opzichte van 2010. Daarbovenop komt de dieselaccijns, die per 1 januari 2011 met € 0,25 wordt verhoogd naar € 42,36 per 100 liter, vanwege de wettelijk vastgelegde inflatiecorrectie. De voorraadheffing is niet gewijzigd en blijft in 2011 € 0,59. Voor de brandstofkosten in Nederland is zodoende een prijsverandering van 1,4 procent geraamd. Voor de ontwikkeling van de prijs van de in het buitenland getankte brandstof in 2011 is uitgegaan van de verwachte olieprijstoename van 1,9 procent.

De tarieven voor de motorrijtuigenbelasting worden elk jaar aangepast aan de door de overheid vastgestelde inflatiecorrectie. Deze tarieven stijgen per 1 januari 2011 met 0,6 procent. Voor de tarieven van het Eurovignet zijn geen wijzigingen aangekondigd. Verzekeringsmaatschappijen hebben voor 2011 een stijging van de WA-premies met 1,7 procent aangekondigd.

Daarnaast stijgt de cascopremie met 2,5 procent, dat is inclusief de stijging die komt doordat de cataloguswaarde van voertuigen toeneemt. Rekening houdend met de relatieve aandelen van WA- en cascoverzekeringen neemt de kostenpost verzekeringen in het binnenlands vervoer met 2,1 procent en in het grensoverschrijdend vervoer met 2,2 procent toe. De reparatie en onderhoudskosten stijgen met 1,8 procent. Voor de afschrijving van het voertuig, de banden en alle overige kostenposten is voor 2011 een stijging van 1,5 voorzien, conform de stijging van het algemene prijsniveau.

De extra kostenstijging als gevolg van veranderende congestie en afnemende bereikbaarheid worden elk jaar geactualiseerd. De kostprijs in de binnenlandse deelmarkt fijnmazige distributie neemt met 0,94 procent extra toe. Bij algemene distributie bedraagt deze extra kostenstijging 0,60 procent, bij zeecontainers 0,56 procent, bij koel/vriesvervoer 0,49 procent, bij tank/bulkvervoer 0,48 procent, bij wagenlading 0,47 procent en bij kippers 0,38 procent. In het grensoverschrijdend vervoer zorgen de congestie en de afnemende bereikbaarheid voor een extra kostenstijging van 0,57 procent per jaar bij vervoer op Duitsland. Op België/Luxemburg is dat 0,54 procent, op Polen 0,36 procent, op Spanje 0,35 procent, op Frankrijk 0,34 procent en op Italië 0,33 procent.

Aan de hand van prijsontwikkeling van de belangrijkste kostprijsonderdelen is de verandering van de totale kostprijs berekend, dit is weergegeven in de grafiek. Deze verandering kan per deelmarkt nogal uiteenlopen, doordat de kostprijsopbouw per deelmarkt verschillend is. De kostprijsopbouw wordt elk jaar bijgesteld, wat leidt tot nieuwe wegingsfactoren. De wegingsfactoren worden vermenigvuldigd met de afzonderlijke prijsveranderingen.

De optelling van alle gewogen stijgingen/dalingen levert de totale kostprijs in een bepaalde deelmarkt op. Daar bovenop komt het kosteneffect veroorzaakt door congestie en afnemende bereikbaarheid. De totale kostprijsverandering is dus samengesteld uit prijsveranderingen van de kostenposten plus de congestiekosten.

Zo komt het dat de kostprijsverandering in de verschillende deelmarkten uiteenloopt van 2,8 procent bij vervoer op Spanje tot 3,7 procent bij fijnmazige distributie binnen Nederland. De gerealiseerde en de geraamde stijgingspercentages van de zes landenrelaties in het niet-gespecialiseerd vervoer staan in de grafiek, evenals die van de verschillende deelmarkten in het binnenlands vervoer.

De kostenontwikkelingscijfers zijn een afspiegeling van de situatie per deelmarkt en zijn gebaseerd op een representatieve steekproef van transportbedrijven per deelmarkt. De kostprijsopbouw van een individueel transportbedrijf wijkt echter altijd wel af van de gemiddelde kostprijsopbouw, waardoor ook de kostprijsverandering van een individueel bedrijf zal afwijken van de gemiddelde kostprijsverandering. De gehanteerde kostprijsopbouw per deelmarkt (2009) staat in het rapport.

In de kostenontwikkeling zijn tariefswijzigingen van tolgelden in verschillende landen niet meegerekend. In Frankrijk zijn de tolgelden in 2010 t.o.v. 2009 tussen de 0 en 3,5 procent gestegen, in Italië met 3,0 procent en in Oostenrijk met 11,4 procent. In Spanje zijn de tarieven niet gewijzigd en in Zwitserland daalden de tarieven met gemiddeld 5,5 procent. Op Duitse autosnelwegen geldt een kilometerheffing, de tarieven zijn in 2010 ten opzichte van 2009 niet gewijzigd. Het tarief is afhankelijk van de milieuklasse en het aantal assen van de vrachtwagen. De extra kosten per rit hangen verder samen met het aandeel gereden kilometers op de Duitse snelweg en het aandeel lege kilometers. Het tarief voor een vier-assige voertuigcombinatie met Euro-3 motor bedraagt € 0,204 per gereden kilometer.

Bron: NIWO

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Zorg dat u niets mist. Neem nu een jaarabonnement op TTM.nl met 25% korting. Abonneer