Na maar liefst drie keer als tweede te zijn geëindigd met verschillende 2-seriemodellen, behaalde Scania in 1989 de overwinning met de 3-serie.
De competitie van 1989 werd door de 13 Europese juryleden gezien als een strijd tussen twee kandidaten, waarbij de nieuwe Scania’s en de Mercedes-Benz SK het tegen elkaar opnamen voor de eerste plaats. De concurrerende technische filosofieën – Scania’s evolutionaire benadering tegenover het meer revolutionaire ontwerp van Daimler-Benz – leidden er uiteindelijk toe dat Mercedes het onderspit delfde, mede door bedenkingen over de onbekende technologie in een periode waarin nog maar weinig SK’s in gebruik waren.
De nieuwe Scania’s vormden een schoolvoorbeeld van evolutionaire ontwikkeling, waarbij alle belangrijke componentgroepen technisch werden verfijnd. Dit resulteerde in een reeks voertuigen die voor juryleden en gebruikers vertrouwd aanvoelden, maar op detailniveau duidelijk verder waren ontwikkeld.

In lijn met de benamingen van de 2-serie behield de 3-serie de G-, P- en R-cabines, binnen een modellijn die begon bij 16 ton en doorliep tot een 6×4 zwaartransportuitvoering van 150 ton.
De cabines zelf kregen tal van verbeteringen, waaronder nieuwe stoelen en bekleding en een volledig nieuw, rondom lopend dashboard, ontworpen door Open Design in Italië, met aangepaste schakelaars en instrumenten. Voor langeafstandstransport kreeg de nieuwe R-cabine optioneel een 220 mm hoger dak, de zogenaamde “Topline”. Deze relatief bescheiden verhoging was een compromis tussen binnenruimte en aerodynamica en maakte bovendien ruimte onder een koelunit op een star chassis mogelijk.
De Topline-cabine beschikte standaard over een aerodynamische zonneklep met markeringslichten en alle cabines profiteerden van gestroomlijnde spiegels, verbeterde vuilafwijzers en elektrisch bediende ramen aan beide zijden. De R-cabine werd bovendien de enige cabineoptie voor het sterkste 11-liter model, de 360.
De aandrijving bestond uit acht motorvarianten: 210 pk, 230 pk, 250 pk en 280 pk met 9,5-liter motoren, en 310 pk, 320 pk, 340 pk en 360 pk met 11-liter motoren. De V8 had één vermogensvariant van 450 pk, maar Scania bood in Scandinavië al een 470 pk-versie met Electronic Diesel Control aan, voorafgaand aan de Europese introductie in 1989. Alle vermogens werden opgegeven volgens ISO 1585-normen, waarbij het netto geïnstalleerde vermogen doorgaans naar boven werd afgerond op het dichtstbijzijnde tiental.
Alle motoren kregen aangepaste brandstofinspuitsystemen en een verhoogde compressieverhouding van 16:1 voor de 11- en 14-liter motoren, terwijl de grote V8 ook nieuwe zuigerkoppen kreeg. Het extra koppel en vermogen van de V8 leidde tot de introductie van de nieuwe GR880 10-versnellingsbak met synchromesh, bediend via een trekkoppeling.
De ontwikkeling van de 3-serie begon al vijf jaar voordat de serie in februari 1988 in volledige productie ging. Het resultaat was een truck met directere besturing, lichtere bladveren en voorassen met een hogere capaciteit, waarmee de nieuwe Scania’s in 1989 tot de beste trucks op de markt behoorden.


