Het achterstallig onderhoud aan de Nederlandse infrastructuur begint het verdienvermogen van Nederland serieus te ondermijnen. Dat stelt de Logistieke Alliantie in aanloop naar het commissiedebat over de economie. Volgens de organisatie kost de huidige situatie bedrijven en samenleving nu al rond de 1,6 miljard euro per jaar, terwijl de structurele schade mogelijk nog aanzienlijk hoger ligt.
De kern van het probleem: een infrastructuurnetwerk dat grotendeels dateert uit de jaren zestig en zeventig en zijn technische levensduur nadert. Bruggen, sluizen, wegen en spoorlijnen kampen steeds vaker met storingen, beperkingen en uitgesteld onderhoud. Inmiddels bedraagt het geraamde tekort voor instandhouding ongeveer 34,5 miljard euro tot 2038.
Die achterstand blijft niet zonder gevolgen. Op het hoofdvaarwegennet presteren twee derde van de sluizen onder de norm, terwijl tientallen bruggen en viaducten te maken hebben met gewichtsbeperkingen of verscherpt toezicht. Ook het spoor staat onder druk, met oplopende kosten en vanaf 2026 zelfs een verschuiving naar minimaal onderhoud.
Volgens de Logistieke Alliantie raakt dit direct de logistieke ketens waarop Nederland draait. Vertragingen in transport werken door in de bevoorrading van supermarkten en apotheken, de voortgang van bouwprojecten en de productie in de industrie. Daarmee komt niet alleen de sector, maar de hele economie onder druk te staan.
De organisatie pleit daarom voor een duidelijke koerswijziging. Op korte termijn moet de prijscompensatie voor het Mobiliteitsfonds en Deltafonds worden hersteld. Op langere termijn zijn structurele investeringen nodig van 2 procent van het bruto binnenlands product om de achterstanden weg te werken en toekomstige vervangingsopgaven op te vangen.
“Wie infrastructuur als sluitpost behandelt, raakt het verdienvermogen in de kern”, waarschuwt voorzitter Elisabeth Post. Zonder ingrijpen dreigt volgens de Alliantie een scenario zoals in Duitsland, waar uitstel uiteindelijk leidde tot hogere maatschappelijke kosten en verlies aan economische slagkracht.


