De terugsluis van de vrachtwagenheffing draait al op volle toeren, nog vóór de officiële start van de heffing op 1 juli 2026. Uit de nieuwste monitoringsrapportage blijkt dat in twee jaar tijd al duizenden emissievrije trucks en honderden laadpunten zijn gerealiseerd met voorgefinancierde subsidies.
Om een gat te voorkomen tussen het aflopen van het Klimaatakkoord en de invoering van de vrachtwagenheffing, stelde het kabinet voor 2024 en 2025 een stimuleringspakket beschikbaar. In totaal ging het om 177,3 miljoen euro, aangevuld met middelen uit het Klimaatfonds. De belangstelling was groot: er werd voor 328 miljoen euro aan subsidie aangevraagd, ruim meer dan beschikbaar.
De resultaten zijn concreet. Met de regelingen zijn 1.706 elektrische vrachtwagens en 487 waterstoftrucks ondersteund. Ook zijn 818 laadstations en 14 waterstoftankstations voor het vrachtvervoer gerealiseerd. Daarmee is de terugsluis niet langer een papieren beleidsinstrument, maar zichtbaar op de weg en op bedrijventerreinen.
De aanschafsubsidie AanZET blijkt de belangrijkste motor. Sinds 2022 zijn bijna 2.750 emissievrije trucks ondersteund, waarvan het merendeel in de afgelopen twee jaar. Opvallend is dat steeds meer mkb-bedrijven instappen: hun aandeel groeide fors, terwijl het aandeel van grote bedrijven daalde. Tegelijk dalen de prijzen van elektrische trekkers, wat de markt verder in beweging brengt.

Ook laadinfrastructuur groeit snel. Via de SPriLA-regeling zijn honderden (voornamelijk snelle DC-laadpunten gerealiseerd, vooral op bedrijfsterreinen. Dat sluit aan bij de praktijk: bijna 80 procent van de laadbehoefte van elektrische trucks vindt plaats op het eigen depot.
Met de start van de vrachtwagenheffing deze zomer begint het meerjarenprogramma 2026–2030. De miljardenopbrengsten uit de heffing vloeien dan structureel terug naar de sector. De eerste resultaten laten zien dat die aanpak werkt – en dat de verduurzaming van het wegtransport met behulp van de vrachtwagenheffing al in volle gang is.

