Met handelsconflicten, grondstoffenschaarste en steeds strengere duurzaamheidseisen staat de logistieke keten opnieuw volop in de schijnwerpers. Volgens Jack van der Veen ligt de oplossing niet in méér focus op de eigen organisatie, maar juist in intensieve samenwerking tussen ketenpartners. Dat was de centrale boodschap tijdens zijn emeritaatsrede, die Van der Veen onlangs hield.
Van der Veen, jarenlang hoogleraar Supply Chain Management aan Nyenrode Business Universiteit, ziet ketensamenwerking steeds meer als strategische noodzaak. “Alleen door samenwerking kunnen organisaties innovatiekracht behouden en maatschappelijke trends vertalen naar hun eigen bedrijfsvoering”, stelt hij.
Volgens Van der Veen zijn er grofweg drie modellen voor ketenregie. In het eerste opereert iedere partij volledig zelfstandig, iets wat in de praktijk zelden efficiënt werkt. Het tweede model draait om één dominante speler die de volledige keten aanstuurt, zoals Amazon dat doet. Maar Van der Veen pleit nadrukkelijk voor een derde, meer Europese variant: intensieve samenwerking tussen partijen, gebaseerd op afstemming en wederzijds vertrouwen.
Juist dat vertrouwen blijkt in de praktijk vaak de zwakke schakel. Tijdens zijn onderzoek naar Supply Chain Collaboration ontdekte Van der Veen dat niet techniek of processen de grootste hindernis vormen, maar menselijke factoren. Verschillen in cultuur, leiderschap en belangen zorgen er volgens hem regelmatig voor dat samenwerking spaak loopt.

Daarmee houdt Van der Veen ook een spiegel voor aan transport- en logistieke bedrijven. Organisaties moeten af van het denken in silo’s en veel meer kijken naar het volledige voortbrengingsproces van een product. Dat vraagt om een andere strategie, maar ook om een andere bedrijfscultuur. Bedrijven moeten meer ruimte bieden voor experimenteren en innovatie, stelt hij.
Als voorbeeld noemt hij ASML, waar innovatie volgens Van der Veen alleen mogelijk is dankzij de nauwe betrokkenheid van leveranciers in de ontwikkelingsfase.
Van der Veen is helder in zijn conclusie: het vaak bekritiseerde Europese ‘poldermodel’ verdient meer waardering. “Succes ligt niet langer alleen in het optimaliseren van de eigen positie, maar juist in het bouwen aan relaties, vertrouwen en gedeelde strategieën”, aldus Van der Veen.

