TLN steunt de plannen van de Duitse verkeersminister Ramsauer om een eind te maken aan de uitzonderingspositie van de binnenvaart voor het betalen van belastingen. Terwijl weg- en spoortransport moeten betalen voor het gebruik van energie en infrastructuur, is de binnenvaart daarvan al zo’n 150 jaar vrijgesteld. TLN vindt dat niet meer van deze tijd en pleit voor een gelijk speelveld voor alle transportmodaliteiten.
De Duitse verkeersminister Peter Ramsauer komt jaarlijks zo’n 500 miljoen euro tekort voor het beheer en onderhoud van de waterwegen Rijn, Elbe en Donau. Hij vindt dat – net als bij andere transportmodaliteiten – de gebruiker voor deze kosten moet betalen. Om dat te bereiken moet de ‘Acte van Mannheim’ worden gewijzigd. Met dit verdrag is in 1868 geregeld dat in het stroomgebied van de Rijn de binnenvaart vrij is van belastingen, tol, of andere heffingen.
Onlangs heeft de EU de Lidstaten de mogelijkheid gegeven om voor het wegtransport – naast heffingen voor het gebruik van de wegen – extra heffingen in te voeren voor milieuvervuiling en geluidsoverlast. TLN vindt dat de principes ‘de gebruiker betaalt’ en ‘de vervuiler betaalt’ voor iedereen moeten gelden, dus zowel voor weg, spoor als ook voor de binnenvaart. Gelijke monniken, gelijke kappen.
TLN verwacht niet dat het heffen van tol tot een verschuiving van lading van de binnenvaart naar de weg leidt. Toen Duitsland tol (Maut) voor vrachtauto’s introduceerde betekende dat een jaarlijkse kostenverhoging van 4 miljard euro voor het Europees wegvervoer. Dit heeft er niet toe geleid dat er sindsdien meer vracht met de binnenvaart wordt vervoerd. Omgekeerd zal dat dus ook niet gebeuren. Binnenvaart en wegvervoer zijn qua vervoerde lading nauwelijks concurrenten en vullen elkaar juist aan.

