RECHT – Het ruime werkgeversbegrip in de Wav opnieuw bevestigd

RECHT – Het ruime werkgeversbegrip in de Wav opnieuw bevestigd featured image

Nu ik in de dagelijkse praktijk steeds meer controles van de Arbeidsinspectie voorbij zie komen, leek het mij zo aan het einde van het jaar geen overbodige luxe om een  uitspraak van de Raad van State over het werkgeversbegrip in de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) nog maar eens onder de aandacht te brengen. Het zou u weleens heel veel ellende kunnen besparen.

door Kevin Vierhout, ITL Attorneys

Alweer ruim een jaar geleden deed de Raad van State een voor de transportsector zeer relevante uitspraak over het werkgeversbegrip in de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De zaak betrof een controle van de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) bij een transportbedrijf dat ritten had uitbesteed aan een charter. Niks bijzonders, ware het niet dat deze charter gebruik maakte van chauffeurs van buiten de EU die niet beschikten over een tewerkstellingsvergunning. De Arbeidsinspectie legde daarop niet alleen de charter, maar ook het uitbestedende transportbedrijf een forse boete op.

Het transportbedrijf voerde uiteraard aan dat het geen werkgever was van deze chauffeurs. Volgens het bedrijf was zij alleen afnemer van een (transport)dienst en had zij geen feitelijke bemoeienis met de uitvoering van de werkzaamheden van deze chauffeurs. Ook voerde zij aan dat zij niet direct zicht had op de werkzaamheden van de chauffeurs. De Raad van State zag dit echter anders. De uitspraak bevat een uitgebreide beoordeling van wat onder het ruime werkgeversbegrip van de Wav moet worden verstaan en bevestigt dat een formele arbeidsrelatie niet noodzakelijk is om toch als werkgever te kunnen worden aangemerkt.

De Raad van State benadrukte in deze uitspraak dat de Wav uitgaat van een ruim werkgeverschap begrip: ‘degene die een ander feitelijk arbeid laat verrichten’, ongeacht of er sprake is van een formele arbeidsovereenkomst. Het feit dat de chauffeurs in dienst waren bij de charter, neemt niet weg dat de arbeid werd verricht ten behoeve van het transportbedrijf en binnen de kaders van de werkzaamheden die het bedrijf had opgedragen.

De Raad van State noemde in de uitspraak een aantal factoren die gezamenlijk tot het oordeel leiden dat het transportbedrijf moet worden gezien als werkgever in de zin van de Wav. Het gaat om omstandigheden die in samenhang moeten worden beoordeeld.

Hoewel de charter de chauffeurs inzette, waren de planning en de uitvoering van de ritten in belangrijke mate afhankelijk van instructies die van het transportbedrijf afkomstig waren. Deze afspraken waren ook opgenomen in een tussen partijen afgesloten chartercontract, die niet alleen algemeen van aard waren, maar het transportbedrijf ook een zekere invloed gaven op de transportactiviteiten van de charter. Daarbij speelde tevens een rol dat hier sprake was van transportdiensten die bijna dagelijks werden afgenomen.

Kevin Vierhout – ITL Attorneys – www.itla.eu

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Zorg dat je niets mist. Abonneer je nu op TTM.nl. Abonneer