Of het nu gaat om slimme dashcams of voorspeld onderhoud: AI helpt wagenparkbeheerders nu al om hun chauffeurs veiliger te laten rijden en kosten en stilstand te verlagen. En de opmars gaat snel. Uit internationaal onderzoek van Webfleet blijkt dat bijna een kwart van de fleetmanagers AI al inzet. Veel anderen staan op het punt te volgen. Maar wat opvalt: Nederlandse wagenparkbeheerders hebben AI nog niet zo breed omarmd als hun collega’s in andere landen.
Uit internationaal onderzoek van Webfleet onder 1800 wagenparkbeheerders in 15 landen blijkt dat AI wereldwijd al stevig voet aan de grond heeft in het wagenparkbeheer. Bijna een kwart (23 procent) zet AI nu al in, en nog eens 35 procent wil dit binnen vijf jaar gaan doen. In totaal is dus 58 procent actief bezig met (de voorbereiding op) AI-implementatie.
België, Italië en de VS lopen voorop: meer dan 60 procent van de wagenparkbeheerders daar gebruikt al AI of staat op het punt dit te doen. Nederland blijft hierin nog achter. Slechts 12 procent zet nu AI in voor wagenparkbeheer, en 30 procent is het van plan – samen goed voor 42 procent, ver onder het wereldwijde gemiddelde. Sterker nog: samen met het VK en de VAE behoort Nederland tot de weinige landen waar de meerderheid (58 procent) nog géén plannen heeft om binnen vijf jaar AI in te zetten.

Angst is niet de raadgever
Lage interesse in AI zou kunnen voortkomen uit angst voor nieuwe technologie, maar dat blijkt bij Nederlandse wagenparkbeheerders niet zo te zijn. Ze maken zich juist minder zorgen over de impact van AI op hun eigen rol dan collega’s in andere landen. Slechts 19 procent is bezorgd of zeer bezorgd, tegenover een wereldwijd gemiddelde van 23 procent. Daarnaast maakt 49 procent zich (vrijwel) geen zorgen – beduidend meer dan het gemiddelde van 41 procent.
Geen toekomstmuziek
Lucas Avink, regional Sales Director bij Webfleet: “De relatief lage AI-adoptie in Nederland is opmerkelijk. Mogelijk focussen Nederlandse fleetmanagers zich op dit moment nog op bewezen technologieën, of hebben ze een afwachtende houding vanwege databeveiliging en privacy. Voor kleinere wagenparken kan er daarnaast minder urgentie zijn om een overstap naar AI-tools te maken.”
“Toch onderstrepen de resultaten dat er nog veel potentie onbenut blijft”, stelt Avink. “Waar andere landen AI al inzetten om kosten te verlagen, stilstand te beperken en om personeelstekorten op te vangen, blijft Nederland nog achter. Juist in een tijd waarin efficiëntie en veiligheid cruciaal zijn, biedt AI een waardevolle kans om vooruit te kijken en toekomstbestendig te blijven. Zeker voor Nederland, een innovatieland bij uitstek, hoeft AI geen toekomstmuziek meer te zijn. Het is een noodzakelijke investering om concurrerend te blijven in een veranderende markt.”
Avink sluit af: “Wie nu nog twijfelt, loopt straks achter. Een goede AI-integratie vraagt tijd, voorbereiding en training. Bedrijven die vandaag al stappen zetten, zijn straks in het voordeel – in kostenbeheersing, in veiligheid én in het aantrekken en behouden van personeel.”

