Ga naar hoofdinhoud

Texaco Delo wordt wereldwijd oliemerk

Chevron maakt werk van de introductie van Delo, de nieuwe lijn motorolie. Tot nu toe heette de motorolie van Texaco / Chevron Ursa, in een zwart/rode verpakking. Die verpakking wordt nu blauw en de naam verandert in Delo.

Delo motorolie bestaat al sinds 1953 en is dus niet bepaald een nieuwkomer. Het is van Chevron die het wereldwijd verkoopt. Behalve in Europa. Want sinds het samengaan van beide merken in 2001 kennen we hier alleen nog Texaco. Dat merk had voor Europa de Ursa smeermiddelenlijn. En in Amerika weer Havoline.

Chevron maakt echt werk van de introductie van Delo in Europa met een zware delegatie. Die trekt door acht Europese landen om Delo om Amerikaans overtuigingsgeweld aan de man te brengen als hét premium merk. Daarbij werd er echter met geen woord gerept dat Ursa als merk verdwijnt.  De voordrachten gingen vooral over hoe extreem goed Delo is. Dat geloven we graag. Maar betekent dat dan dat Chevron al die tijd al iets beters dan Ursa in huis had en Europa bewust hun beste smeermiddelenlijn onthouden heeft? “Natuurlijk niet,” haast Shawn Whitacre, Senior Staf Engineer van Chevron zich te zeggen. “Uitgerekend de Europese truckmarkt is de meest veeleisende ter wereld. Dus sluiten onze producten daar volledig op aan.”

De werkelijke reden achter de lancering van Delo in Europa is dat Chevron wereldwijd wil terugschalen naar minder brandlijnen olie. Veel merken voeren voor verschillende markten is namelijk extreem kostbaar. Chevron moet dan bij elk merk alle homologaties verkrijgen van de olie gebruikende industrie. Want of het nu een truck- of een scheepsmotor is, elke motoren fabrikant wil zeker weten dat een bepaald soort olie daarbij optimaal presteert. Waarbij ook nog komt, dat dezelfde motoren steeds meer wereldwijd worden ingezet. En dus de condities en de brandstofkwaliteit behoorlijk kunnen verschillen. Het is aan de olieproducent om met uitputtende tests aan te tonen, dat een product aan de eisen voldoet. De introductie van Delo in Europa ter vervanging van Ursa is dan ook vooral een efficiëntieslag.

Hoe uitputtend de testen rond olie zijn, liet Chevron zien tijdens een korte rondleiding bij Chevrondochter Oronite die additieven voor smeermiddelen ontwikkelt die de prestaties van bijvoorbeeld motorolie en brandstoffen verbeteren. Wat wij leerden, was dat Oronite meer dan 500 motoren per jaar koopt. Die worden door de fabrikant aangeleverd vaak met speciale software maar wel met alle appendages als dynamo’s er op. Oronite doet daarmee een bepaalde test, demonteert het blok voor onderzoek en voert het dan af. Alleen de grootste motoren krijgen een revisie voor de volgende test.

Shawn Whitacre

Een veel voorkomende test is het 750-uur protocol waarbij er bij een motor in die tijd een gebruik van 10.000 uur wordt gesimuleerd.

“Wij willen premiumproducten leveren,” aldus Whitacre. “Olie die veel beter presteert dan de standaardeisen van de European Automobile Manufacturers Association (ACEA). Die zien wij als het minimum van waaraan onze producten moeten voldoen.” Dat heeft een goede reden. Chevron moet wel voor blijven op de technische ontwikkelingen. Want olie is allang niet alleen een smeermiddel. De juiste olie draagt steeds meer bij aan een langere levensduur, minder vervuiling én minder brandstofverbruik. Dat is precies waar ook de truckindustrie continu mee bezig is en waaraan ook de smeermiddelenindustrie moet bijdragen.

Daarbij staan de oplossingen van de truckindustrie vaak haaks op wat de olie zonder doorontwikkeling zou kunnen. Hogere temperaturen zijn bijvoorbeeld nadelig voor de standtijd van de olie waarbij ook de kans bestaat dat de verbrande oliedeeltjes voor extra vervuiling zorgen. Maar ook steeds lagere toerentallen en dus hogere afschuifkrachten op tandwielen vragen om extra oliemaatregelen. Daarbij willen de truckfabrikanten ook zo min mogelijk interne frictie. Een oplossing daarvoor is het gebruik van dunnere oliesoorten. Maar die moeten dan wel voldoende ‘smeerkracht’ hebben om slijtage te voorkomen. Sommige fabrikanten gaan zo ver dat ze bijvoorbeeld in cardans met wisselende olieniveau’s werken voor minder weerstand. En ook variabele oliepompen die de stroom smeermiddel door de motor beperken wanneer dat kan zijn inmiddels gemeengoed. En dan zijn er nog allerlei ongewenste chemische verbindingen die motoren kunnen aantasten. Motorolie moet condenswater kunnen absorberen. De olie mag ook niet schuimen. Bij sommige toepassingen moet olie met ook hogere zwavelconcentraties kunnen omgaan. Daarnaast krijgt de smeermiddelenindustrie er steeds nieuwe uitdagingen bij. Olie moet tegenwoordig ook kunnen samenwerken met biobrandstoffen en goed presteren in CNG- en LNG-motoren.

Een groot deel van de gesignaleerde problemen zijn op te lossen met kortere verversingsintervallen. Maar dat is nu net wat de gebruikers van de olie niet willen. Het is dan ook niet gek dat een dertig procent van een motorolie uit additief bestaat. Die toevoegingen bepalen voor een belangrijk deel de standtijd van een olie. Maar uiteraard benadrukt Chevron dat men alleen de beste soort basisolie gebruikt. Waarbij men het daar overigens over de minerale soorten en niet over synthetische olie heeft.

“Delo was in 1936 de eerste die met compounded motorolie begon als antwoord op de ‘sneldraaiende’ dieselmotoren van toen. Die ontwikkelvoorsprong hebben we altijd weten vast te houden tot en met de lancering van de eerste olie voor lage emissies (APi CJ-4) in 2014 aan toe. En we ontwikkelen nog steeds volop want de motoren van nu stellen wel héél rigoureuze eisen aan olie”, vertelt Whiteacre. “Als leading brand willen we het liefst daar nog bovenuit stijgen. Dat is bijvoorbeeld met onze nieuwst Delo 400 XLE 10W30 olie meer dan goed gelukt. Die overstijgt zwaarste ACEA-eis E9-16 van de auto-industrie op alle punten met soms 100 procent.”

Met name ook op het gebied van dunnere olie loopt Chevron volgens Whiteacre vooraan in het veld. “Een 5W30 olie kan vlakke gebieden tot 1,2 procent brandstof besparen. Dat is zeker voor Nederland goed nieuws. Alleen vraagt dat extreem veel van de samenstelling want een dunnere olie betekent ook een dunnere oliefilm wat zonder extra maatregelen tot versnelde slijtage leidt bij bijvoorbeeld de kleppentrein, de cilinder en de lagers. Wij hebben binnen Delo de daarvoor noodzakelijke kennis in huis. De Delo producten zijn dan ook vrijgegeven door nagenoeg alle motorfabrikanten.”

TEKST: BERT ROOZENDAAL

Zorg dat u niets mist. Neem nu een jaarabonnement op TTM.nl met 25% korting. Abonneer