PBL: ‘Europese emissiedoelen 2030 worden gehaald, maar doelen stikstofdepositie ver buiten bereik’

PBL: ‘Europese emissiedoelen 2030 worden gehaald, maar doelen stikstofdepositie ver buiten bereik’ featured image

De uitstoot van luchtverontreinigende stoffen is de afgelopen decennia sterk gedaald en zal de komende jaren naar verwachting blijven dalen. Daarmee is de kans heel erg groot dat Europese emissiedoelen voor de luchtverontreinigende stoffen in 2030 worden gehaald. Maar ondanks een forse verwachte daling van de ammoniakuitstoot – onder meer door het vervallen van de derogatie – liggen wettelijke nationale doelen voor stikstofdepositie op natuur ver buiten bereik. Dat meldt het Planbureau voor Leefomgeving (PBL).

Luchtvervuiling is schadelijk voor de menselijke gezondheid en de natuur. Tweejaarlijks brengt het PBL de verwachte uitstoot in kaart van stikstofoxiden (NOx), ammoniak, fijnstof (PM2,5), zwaveldioxide en niet-methaan vluchtige organische tabelstoffen (NMVOS). Deze raming is verplicht onder de Europese NEC-richtlijn. Uit het rapport blijkt dat de kans heel erg groot is dat Nederland de Europese NEC-emissiedoelen voor 2030 haalt.

Ammoniakuitstoot landbouw daalt meer dan in vorige rapport werd geraamd

De ammoniakuitstoot in de landbouw neemt naar verwachting af door het vervallen van de uitzonderingspositie voor Nederland (derogatie) om meer dierlijke mest te mogen uitrijden, beëindigingsregelingen voor veehouderijen en meer emissiearme stallen. De nieuwe ammoniakraming in 2030 valt 15 kiloton (of 15 procent) lager uit dan de vorige raming. Grofweg de helft daarvan komt door het vervallen van derogatie.

Doel stikstofdepositie in Omgevingswet ver buiten bereik

Volgens de Omgevingswet moet in 2035 de stikstofneerslag in 74 procent van de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden onder de kritische depositiewaarde (KDW) liggen, met een tussendoel van 50 procent in 2030. Volgens een recente berekening van het RIVM moet de ammoniakuitstoot door de landbouw in 2035 ordegrootte 70 tot 80 procent lager liggen dan de ERL 2023-raming voor 2035 om het doel uit de Omgevingswet te halen, ervan uitgaande dat er in de andere sectoren geen aanvullende emissiedaling bovenop de raming is. Om het tussendoel voor 2030 te halen is volgens diezelfde berekening een daling van 55 tot 65 procent nodig ten opzichte van de ERL 2023-raming voor dat jaar. Met de daling van 15 procent ten opzichte van de ERL 2023, die in deze nieuwe raming voor zowel 2030 als 2035 wordt geraamd, liggen de doelen voor stikstofdepositie ver buiten bereik.

Aandacht nodig voor binnenvaart bij Schone Lucht Akkoord

Het Schone Lucht Akkoord (SLA) is een afspraak tussen het Rijk, provincies en gemeenten. Het hoofddoel is om door een betere luchtkwaliteit minstens 50 procent gezondheidswinst te boeken in 2030 vergeleken met 2016. Om dit hoofddoel te bereiken zijn er ook sectorale streefdoelen afgesproken voor emissiereducties voor stikstofoxiden en fijnstof. Uit de nieuwe raming volgt onder andere dat het onwaarschijnlijk is dat het subdoel voor de binnenvaart – een 35 procent emissiereductie voor stikstofoxiden in 2035 ten opzichte 2015 – wordt gehaald.

Het Schone Lucht Akkoord (SLA) is een afspraak tussen het Rijk, provincies en gemeenten. Het hoofddoel is om door een betere luchtkwaliteit minstens 50 procent gezondheidswinst te boeken in 2030 vergeleken met 2016. De afname van de uitstoot die werd geraamd in het vorige emissierapport uit 2023, zou een gezondheidswinst opleveren van 46 procent. Wat de gezondheidsgevolgen zijn van de uitstoot die in dit nieuwe rapport is geraamd, zal het RIVM nog berekenen. Een subdoel in het Schone Lucht Akkoord – dalende emissietrends voor stikstofoxiden en fijnstof (PM2,5) in verschillende sectoren – wordt heel erg waarschijnlijk gehaald. Er is een ander subdoel voor de binnenvaart; die sector heeft een specifiek doel van 35 procent emissiereductie voor stikstofoxiden in 2035 ten opzichte 2015. Het is onwaarschijnlijk dat dit doel wordt gehaald.  Klimaat- en mestbeleid dragen bij aan schonere lucht Europese en nationale emissienormen hebben in alle sectoren geleid tot een sterke daling van de uitstoot en leiden tot een verdere daling in de komende jaren. Met name in de mobiliteitssector zijn die normen de komende jaren bepalend voor de verdere daling. Naast deze emissienormen is er ook ander beleid, zoals klimaat- en mestbeleid, dat de komende jaren een flinke extra daling bewerkstelligt van de luchtverontreinigende stoffen. Stikstofoxiden ontstaan vooral bij verbrandingsprocessen. Doordat door klimaatbeleid het gebruik van fossiele brandstoffen vermindert, is er direct een daling van de stikstofoxidenuitstoot in de industrie en de energiesector. Uitfasering van steenkool in elektriciteitscentrales en een verwachte productieafname bij olieraffinaderijen zorgen voor een lagere uitstoot van zwaveldioxide. De uitstoot van zwaveldioxide was overigens al drastisch afgenomen in de afgelopen decennia. Mestbeleid, dat bedoeld is om de water- en bodemkwaliteit te verbeteren, leidt tot minder ammoniakuitstoot.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Zorg dat je niets mist. Abonneer je nu op TTM.nl. Abonneer