Ga naar hoofdinhoud

Negatief advies over coronaschermen in trucks en bestelauto’s

De Dienst Wegverkeer (RDW) heeft in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een advies uitgebracht over het verkeersveilige gebruik van afschermingen in taxi’s, personenauto’s en bedrijfsauto’s.

De RDW is daarnaast gevraagd om een aanvullend advies over of en zo ja op welke manier, afschermingen op een veilige manier in bussen en touringcars kunnen worden aangebracht. Dit aanvullende advies wordt later in juni verwacht.

Een wijziging aan een voertuig mag in de meeste gevallen niet zomaar gedaan worden. Het aanbrengen van een afscherming kan namelijk nadelige effecten hebben op de veiligheidsvoorzieningen in een auto. Denk bijvoorbeeld aan de airbags, het zichtveld via de spiegels, het zicht naar buiten en de bewegingsruimte van de bestuurder. De RDW heeft beoordeeld of en hoe het plaatsen van afschermingen in een voertuig voldoet aan internationale voertuigregelgeving.

Het advies van de RDW over het verkeersveilig gebruik van afschermingen in taxi’s, personenauto’s en bedrijfsauto’s is door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat overgenomen. Op basis van het advies zal het ministerie de regels ten aanzien van afschermingen in voertuigen nader concretiseren.

Dat betekent dat:

  • het plaatsen van afscherming in de lengterichting tussen de bestuurder en de bijrijder wordt verboden in verband met de risico’s op het gebied van verkeersveiligheid;
  • het plaatsen van afscherming in de breedterichting tussen de eerste en tweede zitrij wel wordt toegestaan, mits aan diverse veiligheidsvoorschriften is voldaan.

Die veiligheidsvoorschriften zijn:

  1. De goede werking van veiligheidssystemen zoals de veiligheidsgordels en airbags, mag niet worden gehinderd;
  2. Er mag geen sprake zijn van nadelige invloed op het zicht, door schittering, vertekend beeld, of gebrekkige ontwaseming;
  3. Het moet mogelijk blijven de auto snel te verlaten;
  4. Het materiaal van de afscherming mag geen invloed hebben op lichamelijk letsel bij een aanrijding (bijvoorbeeld door versplintering van de afscherming; polycarbonaat of gelijkwaardig materiaal versplintert niet of zeer moeilijk);
  5. De afscherming moet deugdelijk bevestigd zijn en mag niet los op de zitplaats rusten, maar moet ook eenvoudig te verwijderen zijn.

De komende tijd zal het ministerie van IenW deze regelgeving verder uitwerken samen met de RDW. De regelgeving zal naar verwachting over twee maanden in werking treden.

Zodra de nieuwe regels van kracht zijn, zullen de schermen in de breedterichting in taxi’s, personenauto’s en bedrijfsauto’s, indien ze niet aan de bovengenoemde veiligheidseisen voldoen, hierop moeten worden aangepast. Tot die tijd wordt geadviseerd om bij plaatsing van dergelijke afschermingen bovenstaande veiligheidsvoorschriften reeds aan te houden. Een afscherming in de lengterichting tussen de bestuurder en bijrijder wordt dus verboden.

Als er voor wordt gekozen om, totdat deze regelgeving er is, te blijven doorrijden met reeds aangebrachte afschermingen, dient er in ieder geval voor gezorgd te worden dat deze het zicht of de besturing van het voertuig niet hinderen. Hierop kan door de politie worden gecontroleerd bij het gebruik van voertuigen met afschermingen op de weg. Dat kan ertoe leiden dat  verkeersonveilige afschermingen moeten worden verwijderd en dat de voertuigeigenaren worden beboet.

In opdracht van het CBR heeft TNO onderzoek gedaan naar beschermingsmiddelen in examenvoertuigen, waarbij het terugdringen van de besmettingsrisico’s en de mogelijke gevolgen voor de verkeersveiligheid centraal stonden. Uit het onderzoek komt naar voren dat de toepassing van afschermingen (zowel in de lengte- als in de breedterichting) in het voertuig druppeloverdracht verminderen (de kans op besmetting door hoesten en niezen), maar dat dit weinig effect heeft op aerogene overdracht (de kans op besmetting door ademen en praten). Door een vergroot oppervlak van de afscherming neemt de kans op besmetting via de indirecte besmettingsroute toe omdat de kans toeneemt om in aanraking te komen met mogelijke besmette oppervlakken. Om deze kans op besmetting te beheersen, dient de afscherming geregeld grondig gedesinfecteerd te worden bij wisseling van personen. TNO signaleert verder dezelfde risico’s ten aanzien van de verkeersveiligheid als door de RDW zijn aangegeven.

De afweging om te adviseren om wel of geen scherm in een personenauto of bedrijfsauto aan te brengen, wordt overgelaten aan de sector. In elk geval zullen de RDW-veiligheidseisen gelden zoals die hierboven vermeld zijn voor afschermingen tussen de eerste en tweede zitrij.

Het RIVM heeft voor contactberoepen richtlijnen gepubliceerd. Het gebruik van afschermingen in voertuigen vormt geen onderdeel van de RIVM-richtlijnen. Voor specifieke sectoren heeft het RIVM nader advies gegeven zoals het Kader vervoer naar dagbesteding. Ook daarin vormen hygiënemaatregelen en een gezondheidscheck de basis. Als het vervoer dan kan plaatsvinden, dient tussen te vervoeren personen en de chauffeur minimaal 1,5 meter te worden aangehouden waar mogelijk. Wanneer deze afstand tot de chauffeur niet mogelijk is, wordt aangeraden op een verkeersveilige manier een fysieke afscheiding te plaatsen tussen de chauffeur en de passagiers.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Zorg dat u niets mist. Neem nu een jaarabonnement op TTM.nl met 25% korting. Abonneer