De Volvo F86 was een lastige maatstaf om te evenaren, maar de F7 wist die uitdaging met verve aan te gaan. Met dit model rondde Volvo de vernieuwing van zijn volledige truckgamma af, een traject dat vijf jaar eerder was gestart met de N-serie.
Voor de Truck of the Year-verkiezing van 1979 werd de jury uitgebreid met vertegenwoordigers uit België, Noorwegen en Zweden, waardoor in totaal zeven Noordwest-Europese landen waren vertegenwoordigd. De beoordelingscriteria waren breed en omvatten onder meer ontwerp, techniek, vormgeving, onderhoudsgemak, reparatie- en gebruikskosten, serviceondersteuning en inzetbaarheid. De Volvo F7 kwam daarbij overtuigend als winnaar uit de bus. Door de kwalificatieperiode van achttien maanden was ook de in 1977 geïntroduceerde F10 nog verkiesbaar; dit model eindigde als tweede, nadat het in 1978 nog nipt was verslagen door MAN.
De F7 was de eerste Truck of the Year-winnaar die werd bekroond als volledige modelreeks in plaats van als afzonderlijk type. Het gamma omvatte twee-, drie- en vierassige bakwagens en tweeassige trekkers in gewichtsklassen van 16 tot 36 ton. Opvallend was de beperkte keuze in aandrijflijnen: slechts twee motoren, cabines en versnellingsbakken, geheel in lijn met de productieprogramma’s van die tijd.


De F7 gold als een schoolvoorbeeld van doordachte doorontwikkeling. Aandrijflijn, chassis en cabine waren gebaseerd op bewezen Volvo-componenten. De 6,7-liter TD70-motor behield boring en slag van de TD70E uit de F86, maar kreeg oliegekoelde zuigers, een krachtigere oliepomp en een verbeterde cilinderkop. Daarmee ontstond de TD70G met een vermogen van 202 pk. De TD70F beschikte over lucht-lucht-intercooling en leverde 224 pk.
De kracht werd overgebracht via de R52 achtversnellingsbak met gesynchroniseerde range-change, waarin meer rollagers werden toegepast voor een langere levensduur. In de achtwieler met dubbele aandrijving was de zwaardere R62-bak standaard, eventueel met een 16-traps splitter. Ook de achterassen waren doorontwikkelingen van bestaande ontwerpen en werden gedeeld met de F10.
De cabine was een doorontwikkeling van het zogeheten ‘Club of Four’-ontwerp en deelde achter- en zijpanelen met Renault. Zoals gebruikelijk bij Volvo was het interieur hoogwaardig afgewerkt, met onder meer bruin tapijt en stoffen bekleding. De F7 was leverbaar als dagcabine of als langere slaapcabine en werd, ondanks zijn compacte buitenmaten, als ruim ervaren.
De F7 sprak juryleden aan in uiteenlopende Europese toepassingen: van krachtige distributietruck in Scandinavië tot 36-tons langeafstandstruck in Nederland. In het Verenigd Koninkrijk leidde de vraag naar 6×4-kippers en achtwielers tot specifieke varianten die binnen het Volvo-programma in Irvine werden ontwikkeld.
In Groot-Brittannië werd de F7 een groot succes en verscheen hij in 1983 zelfs als 38-tonner met de 243 pk sterke TD70FS-motor. Bij de introductie van de FL-serie in 1985 was de F7 nog altijd goed voor meer dan een derde van Volvo’s Britse verkopen, zonder ingrijpende wijzigingen of een grote facelift.


