Duitsland moet flink aan de slag met snellaadpunten voor elektrische vrachtwagens. Dat concluderen experts in een nieuwe studie van het Fraunhofer ISI instituut. Volgens de AFIR-regels moet er elke 60 tot 100 kilometer langs de belangrijkste Duitse snelwegen oplaadinfrastructuur voor e-trucks zijn. Het Fraunhofer-instituut concludeert dat tegen 2030 minstens 1.000 openbare oplaadpunten met hoog vermogen moeten worden geïnstalleerd, mogelijk zelfs 2.000 met een snellere adoptie van e-trucks.

In het ‘HoLa’-project, gericht op hoogwaardig opladen voor lange-afstandstransport, heeft Fraunhofer ISI in samenwerking met industriële en wetenschappelijke partners acht krachtige oplaadpunten langs de snelweg A2 tussen Berlijn en het Ruhrgebied opgezet. Simulaties tonen aan dat terwijl langzaam laden op privéterreinen geschikt is voor de meeste laadbehoeften, openbare laadstations met meer dan 350 kilowatt essentieel zijn voor tussentijds opladen bij langeafstandstransport.
EU-richtlijnen stellen concrete doelen voor openbare laadinfrastructuur in Duitsland, met 314 oplaadpunten in 2030. Het HoLa-project concludeert dat een initiële netwerkuitbreiding ongeveer 142 oplaadlocaties vereist, met aanvullende aanbevelingen voor geschikte locaties en netwerkplanning. Het rapport benadrukt de behoefte aan uitgebreide onderzoeken naar het rijgedrag van vrachtwagens en standaardisatie van elektriciteitsnetgegevens.
Het project simuleerde ook een toekomstig elektrisch vrachtwagenpark op basis van bestaande vlootprofielen, waarbij meer dan 90 procent van de vloot elektrificeerbaar bleek. Dr. Patrick Plötz, coördinator bij Fraunhofer ISI, benadrukt de groeiende vraag naar snellaadstations met het Megawatt Charging System (MCS). Het rapport adviseert een combinatie van snelle en langzame laadstations langs belangrijke langeafstandsroutes, waarbij MCS-stations zo klein mogelijk moeten zijn, rekening houdend met de beperkte ruimte langs snelwegen.
Het HoLa-project, gefinancierd door het Duitse federale ministerie voor Digital en Transport, met een totaalbedrag van 12 miljoen euro, wordt uitgevoerd als een technologie- en testproject. Het is een belangrijk initiatief binnen de totaalaanpak voor klimaatvriendelijke bedrijfsvoertuigen en draagt bij aan de Europese inspanningen voor een duurzamere mobiliteit.


